Canis ad forum (Hoofdstuk 8)

Paasvakantie 2018. Een gezin huurt voor het eerst een mobilhome en trekt er mee door Europa. Eindbestemming: Rome. Een avontuur op zich, maar met ook nog een hond er bij, vergroten de uitdagingen soms nog wat. Op een gezapig tempo trekt het boek door Duitsland en Oostenrijk richting Italië. Toeristische weetjes en culinaire ontdekkingen worden afgewisseld met rake observaties door mens én hond. De komende weken deel ik hier enkele fragmenten uit dit reisverhaal!  Bij het begin van hoofdstuk 8 logeren we op een camping met zich op de baai van Venetië.

8. Gasolio

Wanneer op dinsdagochtend om 7 uur een gigantisch containerschip op enkele tientallen meter langs vaart en zijn scheepshoorn test, zijn we blij dat we hier geen week moeten verblijven. We nemen onze tijd om op te kramen. We hebben minder dan 400 kilometer voor de boeg richting onze volgende kampeerplek. Tijd zat. Joppe en Tiebe kunnen nog even afscheid nemen van hun nieuwe vrienden. Vriendinnen eigenlijk. Gisteren parkeerde zich een paar meter verderop een mobilhome met Belgische nummerplaat. Veerle en ik hadden het niet eens gemerkt, maar tegen etenstijd kwamen de jongens al enthousiast vertellen hoe ze samen gespeeld hadden met ‘kindjes uit ons land’. En of ze na het eten daar de dag mochten afsluiten met een gezelschapspelletje? Dat mocht. Wanneer ik ze tegen bedtijd ging halen, kwam ik in een gezellige boel terecht. Het vriendelijke gezin uit Destelbergen had hetzelfde plan als ons opgevat. Een ideale uitvalsbasis zoeken voor een dagje Venetië en daarna verder reizen naar een andere Italiaanse regio. Omdat hun vakantie maar een weekje duurt, zullen we hen niet meer terugzien verder richting het zuiden. Zij gaan naar het Gardameer en Piemonte. Wij vertrekken naar Toscane.

Maar eerst de nodige inkopen doen. De voorraden die we thuis nog insloegen zijn al wat geslonken. De koelkast is bijna leeg, dus we gaan richting supermarkt. We hadden er zondag al één gezien bij aankomst, enkele kilometers verder richting autostrade. Maar te vroeg gejuicht. We leren dat reizen met een mobilhome ook nadelen heeft. De inritten van de gigantische parking hebben allemaal netjes een rood-wit geschilderde paal boven de weg. Het bordje zegt ‘maximale hoogte 2,50m’.  De reden? Geen idee. Er zijn geen lage doorgangen op de parking en ook geen boomtakken die in de weg kunnen hangen. Misschien schrik voor vrachtwagenchauffeurs die hier hun weekends komen doorbrengen? In elk geval kunnen wij onmogelijk parkeren met de meer dan drie meter hoge camper. Er zit maar één ding op: een plekje zoeken in de omliggende straten en een stuk te voet doen. Met onze handen vol keren we een half uur later terug. Mijn linkerarm is enkele centimeters uitgerokken door de twaalf liter water die er aan hangen. Maar we hebben terug spijs en drank voor enkele dagen, dus we kunnen verder. Al snel hebben we opnieuw een ticketje beet voor de ‘pedaggio’ en gaat het richting Bologna. Voorbije de universiteitsstad nemen we de E35 richting Firenze.

Het wordt nu ook tijd om te tanken. Ik bouw altijd voldoende marge in. De meter geeft aan dat we nog een bereik van 130 kilometer hebben. De tankstations liggen hier echter niet zo dicht bij elkaar als in Vlaanderen. Aan de volgende snelwegparking  neem ik de afrit. Maar ik vergis me en volg de bordjes voor vrachtwagens. Terugkeren is niet mogelijk, dus ik hou halt aan de pompen voor de truckers. Die tanken ook diesel, dus dat zou moeten lukken, denk ik. Verkeerd gedacht! Het tankpistool past niet in het gaatje van de mobilhome. Omdat vrachtwagens sneller hun grote brandstoftank zouden vol hebben, is de diameter van de toevoerbuis blijkbaar groter gemaakt. Hem hier vol gooien zal niet lukken.

De meter geeft nog ruim 100 kilometer rijbereik aan. Maar als ik de borden langs de autosnelweg goed heb gelezen is het nog meer dan 70 kilometer tot de volgende snelwegparking. Dat risico wil ik niet nemen. Via de gps zoeken we naar tankstations in de buurt en we kiezen voor eentje van Total, in vogelvlucht op 8 kilometer. Maar langs Toscaanse binnenwegen is dat al gauw het dubbele. Het draaien en keren zorgt er ook voor dat de meter met het maximale bereik nu veel sneller terugloopt. Nog 70 kilometer en het gevreesde rode lampje floept aan. Het tankstation dat redding moet bieden, is verdwenen. Even vloeken, maar nog geen reden tot paniek. We gaan ervan uit dat er verderop wel een alternatief zal zijn. En inderdaad. In het volgende dorp wurmen we ons langs een pomp. Geen winkeltje of pompbediende te zien. Dit is zelfbediening met een betaalkaart. Veel internationale gasten komen hier waarschijnlijk niet langs, want mijn Maestro-kaart wordt niet aanvaard. Gelukkig heeft Veerle ook een MasterCard. ‘Kan chipkaart niet lezen’, herhaalt het toestel in het Italiaans. De paniek en stress beginnen toe te slaan. Ik heb geen zin om de pechdienst van de verhuurfirma te bellen omdat ik zonder brandstof langs de kant van een Toscaanse weg sta. We zien pijlen richting de autostrade en volgen die op goed geluk. Alle wegen leiden naar Rome! Wat verderop staat een bord met een pijl naar links ‘Total, stazione di servizio, 4000m’. Gered! Maar blijkbaar moeten we eerst nog langs een kronkelige weg een stevige heuvel over. Ik hou angstvallig de meter in het oog. Alle regeltjes rond zuinig rijden wemelen door mijn hoofd. Airco uit, smartphone niet langer opladen, niet te hoog in toeren gaan, op de motor remmen,… Zes kilometer verderop is er nog steeds geen benzinestation te bespeuren. Bereik: 40 kilometer. Ik begin al te oefenen hoe ik in mijn beste Italiaans een lokale bewoner kan overhalen om enkele liters diesel over te tappen. Bereik: 35 kilometer. Mijn hartslag stijgt evenredig met de dalende cijfertjes op de meter. Het landschap is hier prachtig, maar ik kan er echt niet van genieten. De kale olijfbomen en wijnranken zijn op dit moment deel van een vijandige omgeving die mijn tank leegslurpt.

Gelukkig zitten we nu in de afdaling. Ik probeer nauwelijks aan het gaspedaal te komen. Af en toe schiet een zenuwachtige Italiaanse chauffeur me voorbij. Maar ik laat me niet opjagen. Zuinig rijden, zuinig rijden, zuinig rijden… Het bonkt als een mantra door mijn hoofd.En plots zien we de snelweg terug liggen! Met enkele honderden meters voor de oprit: een tankstation. Bereik: 30 kilometer. In één klap is de stress weg. Het voorbije uur heb ik wellicht wat dagen van mijn leven en haren op mijn schedel verloren. Maar we kunnen net op tijd tanken en zorgeloos onze reis naar Montepulciano verder zetten.Of nee… we hebben nog een klein probleempje. Het waarschuwingslampje van de toiletcontainer blijft branden. Nochtans hebben we die deze ochtend nog leeggemaakt en uitgespoeld. Daar wil ik me nu echter niet druk in maken. We zullen wel zien wanneer de tank vol is en misschien gaat het lichtje vanzelf weer uit na een volgende reinigingsbeurt.Net voorbij Firenze begint het opnieuw wat te regenen. Tiebe houdt een dweil en de emmer klaar om de druppels op te vangen die via het dakvenster binnen komen.

Nieuwsgierig naar meer? Klik op de cover en bestel het volledige reisverhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *