Categoriearchief: Land- en tuinbouw

Landbouwverbreding in Toscane

KL4vier was er even tussenuit. De voorbije paasvakantie ging het met de camper richting Rome. Maar vlak voor we de Italiaanse hoofdstad aandeden, was er tijd voor een tussenstop in Montepulciano. Het beroemde Toscaanse wijnstadje vormde op een verre heuveltop een aangenaam deel van het prachtige panorama op onze kampeerplaats. We namen één van de zeven plekken in bij de agricampeggio La Buca Vecchia. “Het Oude Gat” wordt er gevormd door een steile afdaling aan de achterzijde van het boerderijtje. Beneden ligt een kristalhelder meertje omzoomd door wat bos waar in het najaar truffels uit de grond worden gehaald. Maar onze gastheer Giovanni heeft nog heel wat meer in zijn mars.

Giovanni Cugusi: Mijn grootvader Pietino Cugusi en zijn vrouw Maria Antonia woonden op het eiland Sardinië. Op zoek naar ruimte om hun eigen boerderij te starten kwamen ze rond 1966 in deze regio, Val d’Orcia terecht. Toscane was in die tijd alles behalve een bloeiende streek. Rond 1950 en 1960 was er hier een ware plattelandsvlucht en de lokale economie stelde niet veel meer voor. Maar de familie Cugusi had geen schrik om te ondernemen. Mijn grootouders hadden ervaring met schapen kweken. De wilde mouflons op Sardinië vormen niet voor niets de voorouders van heel wat Europese schapenrassen. Mijn voorouders kweekten er Sardijnse schapen om de typische kaas Pecorino Sardo te maken.

Maar hier in Toscane moesten je grootouders terug van nul beginnen.

Giovanni: Klopt! Het landhuis dat ze kochten heette La Buca Nuova, hier vlak naast mijn boerderij. Er was 50 hectare grond bij. Toch volgden er enkele moeilijke jaren. Maar ze werkten hard en waren enthousiast over hun nieuwe leven in een vreemde streek met andere gewoontes en tradities. Ongeveer twee jaar na hun aankomst hier, namen ze een belangrijke beslissing. Ze startten met de verwerking van een deel van hun melk, maakten er Pecorinokaas van en verkochten die rechtstreeks aan de liefhebbers uit de regio. En dat doet onze familie eigenlijk nog steeds!

Ondertussen is de schaal wel wat groter geworden!

Giovanni: Al snel werd alle schapenmelk van mijn grootouders tot kaas verwerkt. Het was echt een succes. Ze slaagden er ook in om hun management van het bedrijf echt behoorlijk professioneel uit te bouwen. In 1982 namen twee van hun zonen het bedrijf over. De “Formaggi Nostrani of Cugusi Emilio & Graziano” was geboren. Toen begon het grote verhaal pas echt. De kaasmakerij werd verder uitgebouwd en de Pecorino werd ook buiten de regio verkocht. Al gauw volstond de eigen melkproductie niet meer. Steeds meer schapenboeren uit de omgeving leverden hun melk aan de familie Cugusi. Maar ze deden niets onbezonnen. Er werd altijd gekozen voor een geleidelijke groei. Want het belangrijkste was het bewaren van de tradities. Op de kwaliteit en het typsiche karakter van de kaas mocht niet worden ingeboet! En tot op vandaag maakt de “Fattoria Buca Nuova” op die manier het verschil: door het respecteren van tradities die van vader op zoon werden doorgegeven. In de hoop dat de consument het belang inziet van kwaliteit, oprechtheid en het lokale karakter.

Het winkeltje bij La Buca Nuova waar je grootouders oorspronkelijk startten, bestaat nog steeds?

Giovanni: Ja! In 1997 verhuisde de kaasproductie naar een KMO-zone in het nabijgelegen Pienza. Maar het winkeltje hier blijft bestaan en is bijna elke dag open. We verkopen er natuurlijk onze verschillende variëteiten Pecorino di Pienza. Dat gaat van een vrij jonge kaas tot de typische brokkelige Gran Riserva die perfect samen gaat met een Vino Nobile di Montipulciano. Daarnaast biedt ons winkeltje ook heel wat Toscaanse producten aan van collega’s uit de buurt: vleeswaren, wijn, olijfolie, truffels,…

Zelf kies je niet voor het specialiseren in kaas, maar voor verbreding op de boerderij.

Giovanni: (lacht) Hoewel dat misschien niet het oorspronkelijke plan was! Ik studeerde Voedingstechnologie, dus wellicht zag mijn familie me al ergens in het labo van de kaasmakerij zitten. Maar na mijn studies wou ik de band met onze familiegeschiedenis opnieuw versterken. Terug volop de link leggen met de

regio, de bodem van waaruit alles start. En dat alles zo puur mogelijk. Op La Buca Vecchia trek ik de kaart van biologische landbouw. Ik heb nog steeds een kleine kudde Apennijnenschapen, een typisch ras uit de regio. Ze leven zowat volledig op gras en kruiden uit de weides rond het bedrijf. Dit ras is vooral bedoeld voor het vlees en de wol. Daarnaast kweek ik ook op kleine schaal varkens. Het Cinta Senese is één van de oudste rassen ter wereld. Heel sterk en ziekteresistent. Het was ooit met uitsterven bedreigd, maar nu is de vraag naar het heerlijke vlees groter dan ooit. Heerlijke coppa, salami’s, ham of het lardo (spekvet) dat propvol smaak zit! De dieren krijgen rustig de tijd om buiten rond te wroeten en te groeien tot ze bijna 200 kilogram wegen. Ondertussen werden er enkele oude fruitrassen aangeplant en wil ik ook met vergeten groenten aan de slag. Heel ambitieus, maar ik geloof er 100% in. En door de aanleg van zeven camperplekken met een uniek uitzicht, breng ik ook de toeristen weer dichter bij ons pure verhaal van tradities en korte keten. En het levert ook financieel een extraatje op, natuurlijk.

Kroniek van een aangekondigd vleesschandaal

Voor de katholieken onder ons is het vastentijd. Maar ook iets minder gelovigen hangen graag hun karretje vast aan deze traditionele periode van onthouding. Tournée Minerale kiest ervoor om net iets vroeger, in de maand februari, de brouwers en alcoholstokers wat rust te gunnen. En traditioneel is aswoensdag intussen een dag waarop vegetariërs en veganisten hun eigen ‘geloof’ nog eens door de strot van vleeseters rammen. Maar dit jaar leken we te ontsnappen aan het opgestoken vingertje van deze dieren- en/of milieu- en/of gezondheidsactivisten. De befaamde actie Dagen Zonder Vlees maakte eind 2017 al bekend er de brui aan te geven. En aswoensdag viel op 14 februari. Valentijn! De kranten hadden dus genoeg ander non-nieuws om de pagina’s mee te vullen.

Dan maar geen brede bewustmaking rond onze vleesconsumptie dit jaar tijdens de vasten? Geen paniek! Gelukkig kunnen we tegenwoordig op de vleessector zelf rekenen om hun ruiten in te gooien. De familie Verbist doet in een dik half jaar op haar eentje meer kwaad voor het imago van vlees eten, dan alle dierenactivisten ter wereld samen het voorbije decennium. De familie lijkt hardleers. Ondanks alle beloftes, protocollen en dure eden zit het er bij sommige bedrijven ingebakken om de kantjes er af te lopen en af en toe zelfs alle regels overboord te gooien.

Ik stond samen met een cameraman aan de poort van slachthuis Verbist in Izegem begin september 2017. In het gezelschap van collega-journalisten wachtten we geduldig op een reactie van het bedrijf na de beelden van dierenmishandeling die Animal Rights die ochtend verspreidde. Ons geduld werd beloond. Eén van de directieleden zou een statement voorlezen. De 73-jarige zaakvoerder Louis Verbist kwam mee naar buiten, maar de communicatieverantwoordelijke maakte onmiddellijk duidelijk dat er geen vragen zouden worden beantwoord.

Van zo’n bevel trekt de gemiddelde journalist zich weinig aan, dus na de nietszeggende voorleesminuten, werd Louis –ik denk door de ploeg van VTM- zelf aangesproken. Het idee van het bedrijf om hem niet aan het woord te laten, bleek achteraf  begrijpelijk. De man werd overrompeld door de wirwar aan camera’s en microfoons en deed alles behalve zijn bedrijf behoorlijk verdedigen. “Ik zou misschien beter met pensioen gaan!” De quote zat ’s avonds enkele journaals. Maar je kon zijn woorden op verschillende manieren interpreteren…

Door de selectie van zijn woorden, leek het alsof Louis bedoelde: “Ik begrijp niet dat zoiets in mijn bedrijf kan gebeuren. Ik ben verbolgen. Ik kan dat allemaal niet meer aan. Dus ik zou beter op pensioen gaan.”

Maar mijn cameraman en ik hadden eigenlijk een hele andere indruk. En hoe vaker we onze integrale opnames opnieuw beluisterden, hoe meer we overtuigd waren van onze interpretatie. “Ik begrijp niet dat er over zoiets al die ophef ontstaat. Als die beesten tegenwerken, kan je toch niet anders. Als dat allemaal niet meer mag, zou ik beter op pensioen gaan…”

Nogmaals… het was een erg warrig interview, dus misschien schrijf ik hier zaken, die enkel in het hoofd van mezelf en mijn toenmalige collega bestaan. Maar na het nieuwe schandaal vorige week, lijkt ons vermoeden alleen maar versterkt te worden.

Natuurlijk hebben de grote retailers ook boter op het hoofd. Natuurlijk is de prijsdruk op vlees en andere verse producten een katalysator om het met de regels niet zo nauw te nemen in de sector. Dus Colruyt Group, Ahold Delhaize en collega’s: nu even doen alsof jullie neus bloedt, gaat de problemen in de sector écht niet oplossen. De bedrijven van Verbist worden hopelijk zwaar gestraft voor deze wantoestanden. Maar als er aan de verstikkende macht van de supermarkten niets veranderd, is het gewoon geduldig wachten op het volgende schandaal.

Ananas uit eigen tuin

“Kunnen we ook zelf ananas kweken in onze tuin?” Een typisch voorbeeld van het soort vragen waarmee mijn twee zoontjes me regelmatig overvallen. Deze keer vond ik het interessant genoeg om wat langer over na te denken! Want het lijkt een trend te worden: Vlaamse boeren gaan in open lucht aan de slag met gewassen die voorheen enkel in tropischer klimaatzones te vinden waren. Dat startte decennia geleden al met mais. Een gewas dat intussen niet meer weg te denken is op Vlaamse akkers. De drang naar gelijkaardige verhalen werd de laatste jaren opvallend groot. Het huismerk van Colruyt zweert al bij Belgische quinoa. Alpro soja slaagt er in om een handvol hectaren soja voor menselijke consumptie uit Vlaanderen te halen. Bataten of zoete aardappelen liggen intussen op proefvelden in de hele regio. Maar hoe ver kunnen we daarin gaan? Arabica-koffie die gemiddeld op 1500 meter hoogte groeit, blijft wellicht een illusie. Of paranoten die enkel bevrucht kunnen worden door een specifieke jungle-bij met stuifmeel van een specifieke orchidee.

Maar wat met ananas? Een beetje opzoekingswerk leert dat dit een bijzonder boeiende vrucht is. Zelfs taalkundig interessant! Want het woord voor ananas is in zowat de hele wereld hetzelfde. Enkel de Spanjaarden en de Engelstaligen liggen dwars.

Tropentransport

Voor wie niet weet hoe die vruchten groeien: kijk eens goed naar de foto hiernaast.

Inderdaad! Een ananas groeit in zijn eentje bovenop een struik!  De verse exemplaren voor de Europese markt zagen het levenslicht meestal op plantages in Ghana of Costa Rica. Wie de lekkerste, zoetste smaak wil, koopt bij voorkeur een zongerijpt exemplaar dat met het vliegtuig werd aangevoerd. Maar zo’n vliegende ananas uit Ghana is goed voor 10 kilo CO2-uitstoot. En elke week komen er zowat 100 000 richting België. Je kan gelukkig je ecologisch geweten sussen door dezelfde ananas per boot te laten komen. Dat levert amper 50 gram CO2 per stuk op!

Maar wat als we dat verre transport kunnen uitschakelen? Dat zou een goede zaak zijn voor het milieu! Dan is de vraag of het überhaupt mogelijk is om in onze contreien ananas te kweken.

Europese ananas

Europa teelt ruim 45 000 ton ananassen per jaar. Een habbekrats in vergelijking met de totale wereldproductie van 25 miljoen ton! En zelfs bij die 45 000 000 Europese kilo’s moeten we enkele serieuze voetnoten plaatsen. Frankrijk is de grootste Europese producent met 30 000 ton. Die komt wel volledig van hun tropische kolonies! De helft groeit op het eiland Réunion in de  Indische oceaan, 750 kilometer ten oosten van Madagascar. Ook het Zuid-Amerikaanse Frans-Guyana en het eiland Guadeloupe in de Caribische Zee nemen een deel van de productie voor hun rekening.  Echt Europees kan je dat niet noemen. Hetzelfde verhaal voor Spanje dat de Canarische eilanden als uitvalsbasis voor haar ananasproductie heeft.

Maar er is één uitzondering. Een bijzonder verhaal op het Portugese eiland São Miguel. Niet ergens in de verre tropen, maar in de Azoren. Op 37° noorderbreedte, ongeveer ter hoogte van de zuidpunt van het Iberisch schiereiland.

Halfweg de 19de eeuw werd de ananas op het eiland als sierplant geïntroduceerd. Ondertussen is het een product met een beschermde Europese oorsprongsbenaming.  De Europese ananas van São Miguel is kleiner, sappiger en zoeter dan de klassieke ananassen. 100% biologisch, maar ook een stuk duurder.

Jammer genoeg is het op dit eiland niet warm genoeg voor de teelt in open lucht. Als de plantjes drie tot vier maanden in serres staan, zorgt toevoeging van rook ervoor dat ze allemaal tegelijkertijd bloeien. Ook krijgen ze speciale ´warme bedjes´ (camas quentes). Laagjes aarde worden afgewisseld met onder andere het blad van de ananas, varens en dennennaalden. Het zou de enige plek ter wereld zijn waar de ananassen op deze traditionele manier geproduceerd worden.

Deze manier van telen is natuurlijk duurder dan in tropische regio’s. Het wordt steeds moeilijker om te concurreren. Waren er vroeger meer dan 4000 kassen op het eiland São Miguel, nu zijn dat er rond de 1000. De ananas blijft zo voornamelijk binnen de Portugese grenzen. *

De Lage Landen

Maar daarmee zijn we geen stap dichter bij het antwoord op onze vraag: is het interessant om ananassen te telen in Vlaanderen? In serres wellicht niet. Als het op de Azoren concurrentieel al keihard is, dan zullen de (stook)kosten in onze frisse lage landen wellicht nog een stuk hoger liggen.

In het Franse koninklijk domein Choisy Le Roi, net onder Parijs probeerde Louis XIV meer dan 300 jaar geleden ook al ananas te kweken in botanische serres. Het succes was eerder beperkt.  Enkele decennia later zou er wel een relevante teelt geweest zijn in Choisy. Maar ook hier moesten de Europese ananassen al snel het onderspit delven tegen de goedkopere import.

De eerste Nederlandse ananas (Jan Weenix)

Onze Noorderburen zitten nooit verlegen om wat innovatieve landbouw. De kunstenares en botanicus Agneta Block slaagde er in 1687 in de provincie Utrecht al in om een ananas te kweken in open lucht, wellicht na een winterse start in huis en nadien op een heel beschutte plaats in de tuin. Haar voorbeeld kreeg links en rechts navolging in de daaropvolgende eeuwen. De landbouwfaculteiten aan Nederlandse universiteiten deden zelfs het nodige onderzoek. Maar ook daar hadden ze snel door dat de teelt in serres de enige optie was om op grotere schaal lekkere vruchten te krijgen. Een aantal glastuinbouwers ging er mee aan de slag en kreeg van de vorsers de nodige info voor de optimale teelttechnieken en rassen (tip uit de jaren vijftig: de gladbladige Cayenne voor de wintermaanden en The Queen voor de zomermaanden). Maar ook hier was de concurrentie met geïmporteerde exemplaren niet lang houdbaar!

Toch maar import

Conclusie? Er zijn wellicht grenzen aan de tropische teelten die ook bij ons rendabel kunnen zijn. De Vlaamse ananas zien we nog niet onmiddellijk in de supermarkt. Een gepassioneerde CSA met een degelijke serre zou hier misschien op kleine schaal mee aan de slag kunnen. Maar voor ananassen op Vlaamse velden hangen we af van een serieuze klimaatopwarming of halve mirakels met (in Europa zowat volledig verboden) GGO-gewassen. Laten we ons dus eerst maar concentreren op nieuwe gewassen waar de eerste stappen al werden gezet. Want ook voor bijvoorbeeld soja is er nog heel wat werk te verzetten voor dit écht rendabel kan worden bij ons.

 

*Je kan de ananasplantages op São Miguel ook bezoeken: https://www.ananasesarruda.com . Mooi extraatje als je er toch bent: je vindt op hetzelfde eiland ook de enige theeplantages van Europa.

Politieke dierenonzin

Beste Peter, Jessy, Giuseppe, Constance, Larissa en Iman,

Proficiat met de oprichting van jullie politieke partij Dier Animal. Ik geloof in democratie en het bijhorende recht om politieke partijen op te richten. Zolang de standpunten de bestaande wetten niet tarten, natuurlijk.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik zo’n dierenpartij een goed idee vind. Partijen die zich maar op één onderwerp richten, lijken me vrij nutteloos. Per definitie heb je dan geen ambitie om mee in de meerderheid beleid te maken. Een beleid waar je ook rond economie, mobiliteit, welzijn en onderwijs moet nadenken. Je bent gedoemd om oppositie te voeren, enkel rond jouw thematiek.

En daar loert de zinloosheid om de hoek. Want oppositie voeren rond een specifiek thema… daarvoor hebben we het middenveld, belangengroepen, protestbewegingen, vakbonden, enzovoort. Met Gaia hebben we zo al een duidelijk hoorbare stem rond dierenwelzijn. Ze zitten mee aan tafel waar beslissingen worden genomen. Dier Animal mikt op één zetel in het parlement? Gaia heeft door haar actieve rol in allerlei overlegorganen ongetwijfeld meer invloed dan om het even welk individueel parlementslid.

Tweede bedenking. Waar ontstaat er een partij voor de dieren? In landen waar –weliswaar onder voortdurende gemor van de veeleisende bevolking- de economie, sociale zekerheid en heel wat andere levensdomeinen er goed tot zeer goed voor staan. In landen ook waar wetten rond dierenwelzijn wellicht al tot de strengste ter wereld behoren. Dat betekent niet dat het niet meer beter kan of dat er daar geen dierenleed is. Overal zijn er cowboys of regelrecht gespuis die de regels aan hun laars lappen. Net zoals er altijd belastingontduikers en snelheidsduivels zullen zijn. Enige oplossing: meer controle, meer inspecteurs voor dierenwelzijn, meer middelen voor het Voedselagentschap,… Wordt dat dan het speerpunt voor Dier Animal? Een al vaak gehoorde roep vanuit heel wat organisaties en bestaande politieke partijen? Opnieuw loert de zinloosheid om de hoek.

Of kiest de partij ervoor om de regels rond dierenwelzijn radicaal verder aan te scherpen? Veehouderij in ons land economisch onmogelijk maken (dan kunnen we vlees importeren uit landen waar elke vorm van dierenwelzijn twijfelachtig is, want niemand gelooft dat we de komende 25 jaar allemaal vegetariër worden)! Het honden- en kattenvoer in de supermarkt allemaal verplicht veganistisch! Een verbod op elke sport- of ontspanningsactiviteit met paarden! Zo groot lijkt me het draagvlak in België daarvoor nu ook weer niet.

Beste Peter, Jessy, Giuseppe, Constance, Larissa en Iman. Ik wens jullie veel plezier bij het uitbouwen van jullie partij. Maar ik hoop uit de grond van mijn hart dat jullie de kiesdrempel nooit halen. Dan wordt die parlementszetel hopelijk ingenomen door iemand die er niet volledig zinloos zit te wezen.

Leve de nachtkoe!

Ken je het tijdschrift Nest? “Het goede leven, binnen en buiten” luidt hun baseline. Dat klinkt nog redelijk algemeen. Maar de inhoud past volledig in wat ze in het Engels als ‘countrylife’ omschrijven. Niet echt mijn ding. Te veel interieurs met veel hout en prullaria die het een antieke toets moeten geven. En onbetaalbare reizen naar Noorse fjorden en andere ruwe uithoeken van de wereld. Toch blader ik af en toe eens door Nest. Want ook lekker eten en de producenten daarvan krijgen de nodige aandacht. Het eerste nummer van 2018 bezocht een kweker van één van mijn favoriete vleeskoeien (Blonde d’Aquitaine, maar daarover in een volgend kl4viersel meer). En er was een mini-dossier over melk.  “Boeiend!” Dat was mijn eerste idee. In plaats van gewoon vooraan te starten met lezen, blader ik al even door het tiental pagina’s over het witte goedje. Rillingen liepen over mijn rug! Niet van puur genot -al hou ik wel van een goed glas melk, vers of uit één van de twee brikken van 1 liter die er in ons huishouden dagelijks doorgejaagd worden- maar door een soort ingebakken afkeer van onzin.

Een interview met de ‘melksommelier’! En in koeien (pun intended) van letters de quote: “Melk van koeien die ’s nachts worden gemolken, kan het inslapen bevorderen.”

Dat is het soort zaken dat mijn zin om te lezen pijlsnel de dieperik in helpt. Ik voel aan mijn kleine teen dat de wereldverbeteraars en geitenwollensokken op de loer liggen. En daar heb ik op een rustige zaterdagnamiddag eigenlijk geen zin in.

Een boeiend en eerlijk artikel over de voor- en nadelen van melk: geen probleem. Wat meer info over de bijzondere jerseykoeien en het feit dat hun melk meer eiwit en vet bevat: interessant! Want –ik geef toe dat ik speciaal voor jullie toch wat verder gelezen heb- eigenlijk gaat het over het onderscheid tussen bulkproducten en nichemarkten. Een trend die ik toejuich. Bulkproductie is in regel geen goede zaak voor een eerlijk inkomen van de landbouwer. Maar ik heb persoonlijk liever dat je mogelijkheden om te differentiëren op een meer rationele manier voorstelt. Iemand die zichzelf introduceert als “Hallo, ik ben Bas, de melksommelier” krijgt bij de nuchtere Vlamingen wellicht gemakkelijk het deksel op de neus. En ook nauwelijks onderzochte gezondheidsclaims rond de nachtrust laten zonder twijfel menig wenkbrauw fronsen. Doe dus maar gewoon. Dan komt die boodschap veel beter aan: drink veel melk en haal die af en toe ook eens rechtstreeks bij de boer!

5 dingen voor de landbouw van de nabije toekomst

Het nieuwe jaar komt stilaan op dreef. Voor heel wat land- en tuinbouwers is het ongeduldig wachten tot ze weer hun velden op kunnen. Tijd genoeg om eens vooruit te blikken. De landbouwsector verandert razendsnel.  In 2017 zagen we enkele echte doorbraken en het ziet er naar uit dat we die de komende maanden en jaren verder zien groeien.

1 Containers

Technologie gaat altijd snel vooruit, maar 2017 was echt ongelooflijk. Als we er één ding mogen uitpikken dan zijn het wel de landbouwcontainers die op een unieke manier een oplossing bieden voor de landbouw over de hele wereld. Oude zeecontainers worden gebruikt om gewassen te laten groeien. In deze mini-boerderij

en kunnen de omstandigheden met verbazingwekkende precisie gemanipuleerd worden. Waardoor je in het midden van de Sahara of in het ijskoude noorden sla, kruiden en nog heel wat andere gewassen kan verbouwen. In Gent koppelen ze dat zelfs aan een tweede container met viskweek! Bij ons gaat het weliswaar vaak nog om voorzichtige proefprojecten. In Japan staan er al volledige boerderijen die dankzij ledlicht en uitgekiende fertigatie in het midden van de stad of industriegebied produceren. De ontwikkeling van deze containers kan de komende tijd dus razendsnel gaan!

2 AI

Artificial Intelligence of kunstmatige intelligentie is al lang niet meer het privédomein van Hollywoodfilms. AI komt razendsnel dichter bij onze dagelijkse bezigheden. En ook landbouw kan hiervan volop profiteren. Binnenkort zitten er in elke tractor en landbouwmachine een vorm van artificiële intelligentie. OK, er is nog een hele weg af te leggen, maar wij werden toch wat opgewonden toen we vorig jaar met eigen ogen de eerste autonome voertuigen aan het werk zagen op het veld. De grootste uitdaging? De tractoren en machines ook zelfstandig naar het veld krijgen via de openbare weg. Dat zou nog wel even kunnen duren. De eerste stap lijkt de overheid, de landbouworganisaties en de fabrikanten samen aan tafel te krijgen. Dan kunnen er alvast regels opgesteld worden om deze geweldige technologie op de velden te gebruiken. Onbemande tractoren zouden de productiviteit van land- en tuinbouw pijlsnel laten stijgen en de arbeidskosten laten dalen. Een investering die op het eind van de rit winst voor de boeren moet betekenen.

3 Boerenmerk

Marketing is belangrijk. Dat zal elke ondernemer je zeggen. Land- en tuinbouwers hebben dat te lang overgelaten aan hun afnemers. Waardoor ze het unieke verhaal van hun product niet brachten en enkel konden vaststellen dat ze vaak een te lage prijs kregen. Maar wereldwijd beginnen landbouwers, alleen of als coöperatie, zelf het heft in handen te nemen. De tijd dat enkel een handvol idealisten een eigen merk of label had, lijkt voorbij.  De Moese patat, Bioterroir, het Vlaamse Ardennenvarken…   Landbouwproducten zelf een unieke smoel geven, levert eindeloze mogelijkheden op. Als de prijzen voor bulkproducten even onzeker blijven als de voorbije jaren, geraken wellicht steeds meer boeren er van overtuigd: maak een eigen merk!

Restaurants, buurtwinkels en de buren zitten er werkelijk op te wachten. De korte keten wint aan populariteit. Ook merken en labels mogen dan zo dicht mogelijk bij het product bedacht worden!

4 Samenwerking

Investeren in marketing of technologie? Dat leidt ons naadloos naar samenwerking. Boeren beginnen écht bij elkaar te komen. Om de dure nieuwe machines samen aan te kopen en er zo het meeste uit te halen, bijvoorbeeld. Maar ook sociale media steken een handje toe. Er ontstaan online steeds meer landbouwcommunities waar land- en tuinbouwers problemen en uitdagingen delen en samen oplossingen vinden. En die trend zal alleen maar versterken. Nu al verzamelen sensoren op de trekkers een gigantische hoeveelheid data, van bodemtemperatuur tot opbrengst. Als land- en tuinbouwers deze gegevens op een slimme manier met elkaar delen, kunnen ze beslissingen nemen die op een veel grotere basis gefundeerd zijn! Doen ze dat onder buren, via de fabrikant, in een coöperatie of een producentenorganisatie? Als ze zich er zelf goed bij voelen, maakt dat eigenlijk niet zo veel uit.

5 Vrouwen

Vrouwen in de landbouw? Dat lijkt allesbehalve nieuw. Volgens de Food and Agriculture Organization (FAO) van de Verenigde Naties maken vrouwen wereldwijd ongeveer 43 procent van de arbeidskrachten in de landbouw uit. Dat is niet weinig. Maar belangrijker is het om te kijken naar de rol die ze spelen.

Vrouwen in de land- en tuinbouw waren tot niet zo heel lang geleden vooral de goedkope werkkracht. Ze leverden arbeid, vaak in een onbestaand sociaal stelsel. Ze zorgden voor de administratie. Maar de beslissingen werden door mannen genomen. Toch lijkt het erop dat gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen wat dichterbij komt. In het westen zien we steeds vaker bedrijven die door vrouwen gerund worden. En ook in ontwikkelingslanden verenigen landbouwersvrouwen zich om een echte stem te hebben in de gang van zaken binnen hun bedrijf en de sector. De vervrouwelijking van land- en tuinbouw lijkt een positieve evolutie. Het zorgt voor een andere dimensie. Vrouwen bekijken de zaken vaak economisch rationeler. Terwijl de mannen eerder naar de buurman gluren, alleen maar om te zien of ze nog wel de grootste hebben. Geen verwijt! Het ligt aan onze genen en hormonen. Maar het is dus niet slecht om te hopen dat vrouwen in de nabije toekomst steeds luider hun stem laten horen in het landbouwdebat.

 

 

Met inspiratie van http://www.farmmanagement.pro/