Categoriearchief: Privé

Tien jaar verpletterend verantwoordelijk

Vandaag, 24 april, ben ik tien jaar vader. Het was tot nu toe een fantastische belevenis. Met veel ups en af en toe een down. Vader-zijn moet je leren. Tegenwoordig misschien nog meer dan vroeger. Wij zijn zo een modern gezin waar ook de papa zijn verantwoordelijkheid neemt in zorg voor en opvoeding van de kinderen. Ik heb al gigantisch veel fouten gemaakt. En er volgen er ongetwijfeld de komende jaren nog genoeg om een boek over te schrijven. De pedagogische tik was soms wel eens te hard. En ik denk eigenlijk ook niet dat luid schreeuwen tegen een kind dat niet wil luisteren veel uithaalt. Maar soms wordt de verpletterende verantwoordelijkheid om werk, gezin en sociaal engagement te combineren, een mens wel eens te veel. Een kleine kortsluiting. Wanneer je vier jaar lang geen enkele nacht doorslaapt. Wanneer de ochtendklok ongenadig richting werkstress tikt en de jongens alle tijd van de wereld lijken te hebben. Wanneer er schijnbaar een orkaan door de woonkamer raasde net voor er bezoek komt. Wanneer je anderhalf uur in de keuken stond en de jongste zonder proeven al zijn walging voor de maaltijd uitdrukt.

Toch heb ik gemerkt dat een onevenwicht tussen werk, vrije tijd en gezin vaak de basis vormde voor stommiteiten in mijn vader-zoonrelatie. Dat zal ongetwijfeld niet voor iedereen gelden, maar wel bij mij! Ik voel aan alles dat ik sinds begin dit jaar een betere papa ben. En dat komt dankzij de job. Ik werk deeltijds. Vier dagen op vijf. En in de eigen stad. Dat betekent ’s morgens later vertrekken en ’s avonds sneller thuis. Mijn vrouw werkt ondertussen opnieuw fulltime, nadat ze jarenlang kon gebruik maken van allerlei systemen om iets minder uren op het werk te moeten slijten. De slinger der moderniteit in ons gezin slaat stilaan helemaal door naar de andere kant. Ik heb ’s avonds tijd om te koken terwijl ik met één oog het huiswerk van de kinderen controleer.  ’s Morgens breng ik ze een kwartiertje voor de bel rinkelt naar school en kan ik als de nood zich voordoet nog een praatje maken met de juf of meester. Ik kan zelfs op woensdagnamiddag een uurtje van hun rugbytraining meepikken. En blijkbaar zijn al die dingen belangrijk voor mijn welzijn. En duurde het bijna tien jaar voor ik daar achter kwam.

Voor je het weet ben ik een huisman. Maar dan moet ik eerst nog leren strijken.

In het nieuw!

Een nieuw jaar, een nieuwe start. In mijn geval ook een nieuwe job. Ik bruis van energie en zit vol goede voornemens. Om te beginnen: voor het eerst, na 12 jaar, met de fiets naar kantoor. De vaststelling dat dit vanaf nu zowat 40 kilometer dichter is dan ooit tevoren, helpt natuurlijk. Maar laat dat geen reden tot overdreven optimisme zijn.

Dinsdagochtend 2 januari… De feestdagen zijn prettig geweest, maar ook culinair overdadig. Toch bestijg ik rond half negen mijn stalen ros: een hippe mountainbike die al anderhalf jaar staat te wachten op een deftig ritje. Na exact 115 meter fietsen, is het al om zeep. Een onooglijk lichte helling en een zucht westenwind. Mijn lichaam stuurt alarmsignalen naar mijn brein. “Wat krijgen we nu? Waar zijn we mee bezig, De Clercq? Wilt ge daar alstublieft onmiddellijk mee ophouden?” Wat na 18 maanden zonder sport nog rest aan beenspieren verzuurt onmiddellijk. Nog 5 kilometer en 385 meter te gaan op karakter. Elke hobbel in de weg lijkt een Mont Ventoux.  Vierentwintig versnellingen op mijn fiets is plots belachelijk veel te weinig. ‘Versnellingen’ wordt tijdens mijn lijdensweg trouwens de meest ongepaste term ooit. De brug over de Schelde doet me kreunen als Walter Grootaers in zijn topjaren. De afdaling komt maar net op tijd en mijn spiervezels zuchten dankbaar om de korte verpozing.  Maar een kilometertje verder heb ik alweer dringend een excuus nodig om even voet aan de grond te zetten. Mijn sjaal gaat uit in een wanhopige poging om mijn zweetklieren wat te sussen. Pas een dozijn minuten later parkeer ik in de fietsstalling… We hebben het gehaald, mijn trouwe mountainbike en ik. Met het goede voornemen om dit NOOIT MEER OPNIEUW te doen.

Maar als ’s avonds de rugwind me gezwind richting vrouw en kinderen blaast, ziet het fietsgebeuren er op slag weer wat rooskleuriger uit. Misschien wordt het geen dagelijkse kost, maar een paar keer per week… dat moet toch lukken?