Eugenio: een fragment

Fragment uit de historische roman ‘Eugenio’ over de jonge Vlaming Eugeen Schepens die eind 19de eeuw succesvol een Belgische landbouwkolonie stichtte in de Argentijnse provincie Entre-Rios. Het boek (120 pagina’s) bestellen kan via info@kl4vier.be  Kostprijs= 14€ exl. verzending. 

18 mei 1879

“Ik ga naar Uruguay!” Het klinkt enthousiast. Rotsvast overtuigd van zijn eigen gelijk. Maar Constance’s hart maakt allesbehalve een sprong van vreugde. Ze kijkt in de blinkende ogen van de pezige jonge kerel die voor haar staat. Lange bruine broek, wit hemd waar voor één keer een koppel knoopjes te veel open staat. Handen van een boerenzoon, maar dan wel een paar dat al lang niet meer in de grond heeft gewroet. Er zit meer inkt dan aarde onder zijn nagels. Terecht. Constance wist al lang dat haar op één na oudste zoon het ver zou schoppen. Maar helemaal tot in Uruguay? Dat is toch wat gortig. Hoewel. Helemaal onverwacht is het niet. Sinds Eugeen in Leuven studeert, komt het thema emigratie regelmatig aan bod rond de keukentafel.
“Uruguay, jongen… Besef je wel wat je zegt? Dat is de andere kant van de wereld. Drie weken varen om de oceaan over te steken en dan nog je weg zoeken door dat onderontwikkeld gebied daar? Waarom blijf je niet wat dichter bij huis? Bij je moeder. Bij je broers en je zus.”
“Je weet toch dat daar een mooie toekomst op ons ligt te wachten, moeder? Op enkele jaren tijd worden we daar even rijk als hier na decennia zwoegen!” Eugeen schreeuwt het bijna van enthousiasme. “En ik moet jou en Paulina en mijn broers toch niet achterlaten? Ga mee!”
Constance zucht diep. “Ik ben zeventig jaar, Eugeen. Ik woon al heel mijn leven in Welden. Een oude boom verplant je niet zomaar. Ik zou het niet overleven. Het is zelfs goed mogelijk dat een jonge kerel als jij zo een onderneming met de dood bekoopt!”
“Dolce est pro patria mori,” antwoordt Eugeen gevat.
“Je weet dat ik alleen kerklatijn ken, jongen,” vermaant Constance hem. “Op de universiteit mocht je geleerd doen, maar hier spreek je je moedertaal.”
“Ik ben bereid om te sterven als ik daarmee iets goeds heb gedaan voor mijn landgenoten! En ik wil dit met hart en ziel, moeder. Wie schrik heeft, faalt!”

En nog eens legt Eugeen aan de keukentafel van naaldje tot draadje uit waarom een volksplanting van Vlamingen in Zuid-Amerika zo’n schitterend idee is. België is dichtbevolkt en er is weinig werk. De armoede neemt toe. Eugeen groeide zelf op in een gezin van welstellende boeren. Genoeg te eten en te drinken. Hij mocht naar het college in Oudenaarde en net als zijn broer Ward zelfs naar de Universiteit in Leuven. Zij hadden zeker niet te klagen. Maar Eugeen ziet ook wel dat niet alle jongens in het dorp het zo goed hebben. Hun vaders zitten 14 uur of meer per dag te weven, te spinnen of manden te vlechten, maar kunnen niet concurreren met de machines die in grote fabrieken hetzelfde werk doen. Of ze pachten akkerland waarvan de opbrengst grotendeels naar de grootgrondbezitters gaat. Roggebrood en aardappelen in karnemelk, dat is hun dagelijkse rantsoen. Geen stuiver kunnen ze opzij zetten.

“Maar aan de andere kant van de wereld… Daar is er ruimte zat!”, zegt Eugeen overtuigend. “Ze smeken om werkvolk en boeren die de vruchtbare gronden willen ontginnen. Het is het land van melk en honing. Een Eldorado. Met regeringen die de nieuwkomers volop willen steunen. In België wordt het land geleid door wie geld heeft. Dankzij het cijnskiesrecht heeft de arme bevolking helemaal niets in de pap te brokken,” pleit hij.
“Moeder, ik wéét gewoon dat mijn plan gaat slagen. Maak je geen zorgen. Ik ga daar trouwens niet alleen naartoe. In je eentje red je het niet zo ver van huis. Ik ga zoveel mogelijk gezinnen uit de streek warm maken voor mijn ideeën. We stichten een Vlaamse kolonie in Uruguay!”

En hij stormt weg. Het erf af, richting de kerk. Op zoek naar  mensen die in de ideeën van een zesentwintigjarige dromer willen geloven.

Canis ad forum (hoofdstuk 13)

Paasvakantie 2018. Een gezin huurt voor het eerst een mobilhome en trekt er mee door Europa. Eindbestemming: Rome. Een avontuur op zich, maar met ook nog een hond er bij, vergroten de uitdagingen soms nog wat. Op een gezapig tempo trekt het boek door Duitsland en Oostenrijk richting Italië. Toeristische weetjes en culinaire ontdekkingen worden afgewisseld met rake observaties door mens én hond. De komende weken deel ik hier enkele fragmenten uit dit reisverhaal!  Bij het begin van hoofdstuk 13 hebben we er net een dagje Rome opzitten.

13. Trastevere

We zijn de welpen kwijt. Toch voor eventjes. Ze blijven overnachten op het appartement van Franka en Carl. Vannacht dus een iets minder volle camper.

Mijn pootjes zijn moe na de stevige stadswandeling vandaag. En ik heb honger. Mijn portie hondenbrokken van deze avond was baasje vergeten meebrengen. Ik kreeg wel wat brood van hem terwijl ik onder het tafeltje in het restaurant verborgen zat. Verder hoor je me niet klagen. Rome is een aangename stad. Hier vond ik wel af en toe een groen plekje om moeder natuur haar gang te laten gaan. En de toeristen lopen er in minder dichte drommen dan in Venetië. Links en rechts zie je hier ook beeltenissen van een hond met twee mensenwelpen er onder. Het symbool van de stichters van Rome, blijkbaar. En die hond moet een wolf voorstellen. Ik denk dat die beeldhouwer nog niet vaak een wolf van dichtbij had gezien. Of het is een wolf in schaapsvacht, want voor mij lijkt het meer op een stafford met bizarre krulletjes vooraan. En dan de gigantische tepels met die mannetjes er onder… Vreemde fantasieën hielden die Romeinen er op na.

Baasje en Vrouwtje zijn blijkbaar nog niet moe. Ze willen nog even door Rome by night slenteren. Via de Ponte Garibaldi steken we opnieuw de Tiber over. Dit is Trastevere. Dat betekent zoveel als ‘de overkant van de Tiber’. Het staat bekend als levendige uitgaansbuurt van Rome. Maar blijkbaar zijn het vooral buitenlandse toeristen die naar hier afzakken. Ik vind er niet veel gezelligs aan. En Baasje en Vrouwtje blijkbaar ook niet. We horen er vooral Engels en Duits. Buiten aan de cafés worden liters drank naar binnen gewerkt. Het is nauwelijks elf uur en toch zijn sommigen al behoorlijk dronken. We stappen snel door. Aan de rand van de wijk staat opvallend veel politie klaar om brandjes te blussen waar nodig. Wij maken ons uit de voeten. Via de Ponte Sisto keren we terug naar het Largo di Torre Argentina waar die stomme katten tussen het antiek mogen wonen. Hier zijn ook heel wat bushaltes en na amper vijf minuten wachten zijn we terug onderweg naar de stadsrand. Ook op de bus is niet iedereen nog even nuchter of wakker. Het is niet echt druk en toch slagen twee idioten er in om op mijn staart te trappen. Ik heb veel zin om in hun enkels te bijten, maar dan krijgt Baasje waarschijnlijk een hoop problemen. Ik kruip nog wat meer in de hoek en bijt op mijn tanden. We moeten nog overstappen op een andere bus in de buurt van metrostation Cornelia. Net op tijd. We halen de laatste rit in de richting van de camping. Tijd voor een dutje, want morgen trekken we ongetwijfeld weer op stadsverkenning.

Nieuwsgierig naar meer? Klik op de cover en bestel het volledige reisverhaal voor €10,85 (excl. verzendingskosten).

Canis ad forum (Hoofdstuk 8)

Paasvakantie 2018. Een gezin huurt voor het eerst een mobilhome en trekt er mee door Europa. Eindbestemming: Rome. Een avontuur op zich, maar met ook nog een hond er bij, vergroten de uitdagingen soms nog wat. Op een gezapig tempo trekt het boek door Duitsland en Oostenrijk richting Italië. Toeristische weetjes en culinaire ontdekkingen worden afgewisseld met rake observaties door mens én hond. De komende weken deel ik hier enkele fragmenten uit dit reisverhaal!  Bij het begin van hoofdstuk 8 logeren we op een camping met zich op de baai van Venetië.

8. Gasolio

Wanneer op dinsdagochtend om 7 uur een gigantisch containerschip op enkele tientallen meter langs vaart en zijn scheepshoorn test, zijn we blij dat we hier geen week moeten verblijven. We nemen onze tijd om op te kramen. We hebben minder dan 400 kilometer voor de boeg richting onze volgende kampeerplek. Tijd zat. Joppe en Tiebe kunnen nog even afscheid nemen van hun nieuwe vrienden. Vriendinnen eigenlijk. Gisteren parkeerde zich een paar meter verderop een mobilhome met Belgische nummerplaat. Veerle en ik hadden het niet eens gemerkt, maar tegen etenstijd kwamen de jongens al enthousiast vertellen hoe ze samen gespeeld hadden met ‘kindjes uit ons land’. En of ze na het eten daar de dag mochten afsluiten met een gezelschapspelletje? Dat mocht. Wanneer ik ze tegen bedtijd ging halen, kwam ik in een gezellige boel terecht. Het vriendelijke gezin uit Destelbergen had hetzelfde plan als ons opgevat. Een ideale uitvalsbasis zoeken voor een dagje Venetië en daarna verder reizen naar een andere Italiaanse regio. Omdat hun vakantie maar een weekje duurt, zullen we hen niet meer terugzien verder richting het zuiden. Zij gaan naar het Gardameer en Piemonte. Wij vertrekken naar Toscane.

Maar eerst de nodige inkopen doen. De voorraden die we thuis nog insloegen zijn al wat geslonken. De koelkast is bijna leeg, dus we gaan richting supermarkt. We hadden er zondag al één gezien bij aankomst, enkele kilometers verder richting autostrade. Maar te vroeg gejuicht. We leren dat reizen met een mobilhome ook nadelen heeft. De inritten van de gigantische parking hebben allemaal netjes een rood-wit geschilderde paal boven de weg. Het bordje zegt ‘maximale hoogte 2,50m’.  De reden? Geen idee. Er zijn geen lage doorgangen op de parking en ook geen boomtakken die in de weg kunnen hangen. Misschien schrik voor vrachtwagenchauffeurs die hier hun weekends komen doorbrengen? In elk geval kunnen wij onmogelijk parkeren met de meer dan drie meter hoge camper. Er zit maar één ding op: een plekje zoeken in de omliggende straten en een stuk te voet doen. Met onze handen vol keren we een half uur later terug. Mijn linkerarm is enkele centimeters uitgerokken door de twaalf liter water die er aan hangen. Maar we hebben terug spijs en drank voor enkele dagen, dus we kunnen verder. Al snel hebben we opnieuw een ticketje beet voor de ‘pedaggio’ en gaat het richting Bologna. Voorbije de universiteitsstad nemen we de E35 richting Firenze.

Het wordt nu ook tijd om te tanken. Ik bouw altijd voldoende marge in. De meter geeft aan dat we nog een bereik van 130 kilometer hebben. De tankstations liggen hier echter niet zo dicht bij elkaar als in Vlaanderen. Aan de volgende snelwegparking  neem ik de afrit. Maar ik vergis me en volg de bordjes voor vrachtwagens. Terugkeren is niet mogelijk, dus ik hou halt aan de pompen voor de truckers. Die tanken ook diesel, dus dat zou moeten lukken, denk ik. Verkeerd gedacht! Het tankpistool past niet in het gaatje van de mobilhome. Omdat vrachtwagens sneller hun grote brandstoftank zouden vol hebben, is de diameter van de toevoerbuis blijkbaar groter gemaakt. Hem hier vol gooien zal niet lukken.

De meter geeft nog ruim 100 kilometer rijbereik aan. Maar als ik de borden langs de autosnelweg goed heb gelezen is het nog meer dan 70 kilometer tot de volgende snelwegparking. Dat risico wil ik niet nemen. Via de gps zoeken we naar tankstations in de buurt en we kiezen voor eentje van Total, in vogelvlucht op 8 kilometer. Maar langs Toscaanse binnenwegen is dat al gauw het dubbele. Het draaien en keren zorgt er ook voor dat de meter met het maximale bereik nu veel sneller terugloopt. Nog 70 kilometer en het gevreesde rode lampje floept aan. Het tankstation dat redding moet bieden, is verdwenen. Even vloeken, maar nog geen reden tot paniek. We gaan ervan uit dat er verderop wel een alternatief zal zijn. En inderdaad. In het volgende dorp wurmen we ons langs een pomp. Geen winkeltje of pompbediende te zien. Dit is zelfbediening met een betaalkaart. Veel internationale gasten komen hier waarschijnlijk niet langs, want mijn Maestro-kaart wordt niet aanvaard. Gelukkig heeft Veerle ook een MasterCard. ‘Kan chipkaart niet lezen’, herhaalt het toestel in het Italiaans. De paniek en stress beginnen toe te slaan. Ik heb geen zin om de pechdienst van de verhuurfirma te bellen omdat ik zonder brandstof langs de kant van een Toscaanse weg sta. We zien pijlen richting de autostrade en volgen die op goed geluk. Alle wegen leiden naar Rome! Wat verderop staat een bord met een pijl naar links ‘Total, stazione di servizio, 4000m’. Gered! Maar blijkbaar moeten we eerst nog langs een kronkelige weg een stevige heuvel over. Ik hou angstvallig de meter in het oog. Alle regeltjes rond zuinig rijden wemelen door mijn hoofd. Airco uit, smartphone niet langer opladen, niet te hoog in toeren gaan, op de motor remmen,… Zes kilometer verderop is er nog steeds geen benzinestation te bespeuren. Bereik: 40 kilometer. Ik begin al te oefenen hoe ik in mijn beste Italiaans een lokale bewoner kan overhalen om enkele liters diesel over te tappen. Bereik: 35 kilometer. Mijn hartslag stijgt evenredig met de dalende cijfertjes op de meter. Het landschap is hier prachtig, maar ik kan er echt niet van genieten. De kale olijfbomen en wijnranken zijn op dit moment deel van een vijandige omgeving die mijn tank leegslurpt.

Gelukkig zitten we nu in de afdaling. Ik probeer nauwelijks aan het gaspedaal te komen. Af en toe schiet een zenuwachtige Italiaanse chauffeur me voorbij. Maar ik laat me niet opjagen. Zuinig rijden, zuinig rijden, zuinig rijden… Het bonkt als een mantra door mijn hoofd.En plots zien we de snelweg terug liggen! Met enkele honderden meters voor de oprit: een tankstation. Bereik: 30 kilometer. In één klap is de stress weg. Het voorbije uur heb ik wellicht wat dagen van mijn leven en haren op mijn schedel verloren. Maar we kunnen net op tijd tanken en zorgeloos onze reis naar Montepulciano verder zetten.Of nee… we hebben nog een klein probleempje. Het waarschuwingslampje van de toiletcontainer blijft branden. Nochtans hebben we die deze ochtend nog leeggemaakt en uitgespoeld. Daar wil ik me nu echter niet druk in maken. We zullen wel zien wanneer de tank vol is en misschien gaat het lichtje vanzelf weer uit na een volgende reinigingsbeurt.Net voorbij Firenze begint het opnieuw wat te regenen. Tiebe houdt een dweil en de emmer klaar om de druppels op te vangen die via het dakvenster binnen komen.

Nieuwsgierig naar meer? Klik op de cover en bestel het volledige reisverhaal.

Canis ad forum (hoofdstuk 4)

Paasvakantie 2018. Een gezin huurt voor het eerst een mobilhome en trekt er mee door Europa. Eindbestemming: Rome. Een avontuur op zich, maar met ook nog een hond er bij, vergroten de uitdagingen soms nog wat. Op een gezapig tempo trekt het boek door Duitsland en Oostenrijk richting Italië. Toeristische weetjes en culinaire ontdekkingen worden afgewisseld met rake observaties door mens én hond. De komende weken deel ik hier enkele fragmenten uit dit reisverhaal! 

4. De kooi

Het is zover. Baasje en Vrouwtje kwamen daarnet thuis met een gigantische wagen. In sneltreinvaart laden ze alles in. Een druilerige regen tovert alles behalve een glimlach op het gezicht van Baasje. De camper staat wegens plaatsgebrek op de oprit van de overburen. Heel wat heen-en-weergeloop, dus. Maar na een uurtje lijkt alles klaar voor vertrek. De welpen waren even bij hun oma en komen nu ook verwachtingsvol aangerend. Nog even een hap eten, alles in huis afsluiten en we zijn weg. En ik mag mee! Benieuwd hoe die reuzenwagen er langs binnen uitziet. Maar Baasje opent één van de twee kofferdeuren voor mij. Daar staat mijn vertrouwde kooi, met mijn mandje erin, drink- en eetbak (leeg) en mijn dik touw om op te kauwen. Ik ben niet enthousiast, maar spring toch de kofferbak in. Snuffelend verken ik mijn kooi. Achter mij doet Baasje het deurtje op slot! Vreemd. Dat gebeurt normaal enkel als we bezoek hebben dat niet dol is op mijn enthousiasme. Ook de kofferdeur gaat dicht en het wordt behoorlijk donker. Door een luik zie ik de welpen hun zetel inpalmen achterin de wagen. Daar lijkt plaats genoeg te zijn voor mij ook! Jammer.

We vertrekken! De motor gromt. Baasje draait langzaam achteruit de straat op. Vrouwtje stapt in. Onze reis is gestart. Maar ik vind het al onmiddellijk niet meer leuk. Mijn etensbak begint van links naar rechts te schuiven. De kooi rammelt en ook elders in de kofferbak ligt er van alles te trillen en bewegen. Mijn oren doen er pijn van. En in het donker heb ik het ook moeilijk om mijn evenwicht te houden. Ik moet hier weg!!

Ik duw met mijn neus tegen het deurtje van de kooi. Maar voorlopig komen de slotjes niet los. Ik duw wat harder. Baasje en Vrouwtje schreeuwen mijn naam. Ze willen dat ik mijn uitbraakpoging stop, maar ik moet hier weg of ik word gek. Onderaan heeft het deurtje wat speling. Ik duw er hard tegen met mijn kop. Mijn krachtige kaken komen goed van pas. Ik voel de tralies wat verbuigen. En plots springt de deur open. Sneller dan mijn schaduw rep ik me naar het luik en zit ik in de leefruimte van de camper. Baasje is niet blij. We zijn nauwelijks enkele kilometer ver en hij zet de camper al aan de kant. Hij dwingt me opnieuw in de kooi en plaatst een curverbox met schoenen voor het deurtje. Goed geprobeerd. Maar nog geen kilometer verder zit ik opnieuw naast de welpen. Een vloek en een diepe zucht achter het stuur. Voorlopig heb ik gewonnen. We rijden verder en ik ben weg van die vreselijk lawaaierige koffer.

Nieuwsgierig naar meer? Klik op de cover en bestel het volledige reisverhaal.

Canis ad forum (Proloog)

Paasvakantie 2018. Een gezin huurt voor het eerst een mobilhome en trekt er mee door Europa. Eindbestemming: Rome. Een avontuur op zich, maar met ook nog een hond er bij, vergroten de uitdagingen soms nog wat. Op een gezapig tempo trekt het boek door Duitsland en Oostenrijk richting Italië. Toeristische weetjes en culinaire ontdekkingen worden afgewisseld met rake observaties door mens én hond. De komende weken deel ik hier enkele fragmenten uit dit reisverhaal! 

Proloog

We zijn de kinderen kwijt! Bijna twee weken zorgeloos op reis, acht Europese landen doorkruist en op de laatste dag… Paniek!

Het leek nochtans onschuldig. Nadat een klas Duitse scholieren ons al joggend rond het meer passeerden, wouden onze twee jongens zelf ook een beetje lopen. Aan energie hebben ze meestal geen gebrek, ook niet na twaalf dagen met net iets te weinig slaap. De afspraak was duidelijk. ‘Jullie volgen de symbooltjes van de ‘Tafeltour’ die we vandaag gaan wandelen. En je stopt regelmatig zodat we terug oogcontact hebben!’ En weg zijn ze. Zeven en negen jaar, bijna acht en tien. Broederlijk zij aan zij rennend.

We hebben er een fantastische trip opzitten. Voor het eerst op pad met een gehuurde camper. Eindbestemming: Rome. Dicht bij elkaar leven, genieten van het onderweg zijn en bijna elke dag een nieuwe omgeving om te ontdekken. De beperkte ruimte van ons zeven meter lange, rijdende huis vormde op geen enkel moment een reden tot frustraties. Zelfs niet met Vasco, onze Amerikaanse stafford erbij. Voor we huiswaarts keren, pikken we er voor de resterende twee nachtjes een camping in het Duitse Losheim am See uit.

Op de plek voor campers staan we moederziel alleen in een hoekje van het terrein. Niet dat we dat erg vinden. Een beetje rust op het eind van onze reis is meer dan welkom. Alhoewel… rust?

We zien Joppe en Tiebe linksaf een wegje nemen en in de verte verdwijnen. Maar ze hebben zich vergist. De pijl op dat kruispunt staat gewoon rechtdoor. Mijn vrouw en ik blijven vertwijfeld even staan. Wat doen we? Zouden ze er zelf achter komen dat ze verkeerd zijn en op hun stappen terugkeren? Of gaan we er achteraan om hen weer op het rechte pad te brengen? We kiezen voor de tweede optie. Vijftig meter verderop schiet vlak voor ons een slang de weg over. Vasco schrikt en gromt. Een slecht voorteken? We roepen de jongens hun namen. Geen reactie. We komen aan een nieuwe splitsing. Links een aardeweg langs een klein beekje. Rechtdoor een brede weg omhoog die achter een ruime bocht het bos in verdwijnt. Waar zijn ze in godsnaam heen? Wellicht naar links. Daar hangen bordjes met de herkenbare pijltjes van onze wandeling. Wellicht het einde van ons voorziene traject. Maar volgens Veerle kijken ze niet naar die pijltjes, maar op een kaart die ze mee hebben. En dan lijkt het logischer dat ze rechtdoor gingen. We splitsen op en spreken af om elkaar op de hoogte te houden via de smartphone. Leve de uitvinder van de gsm!

Op een brugje staat een wat ouder koppel romantisch naar het water te turen. Zij met halflang grijs haar, een modieuze bril en een okerkleurige lange trui, hij al kalend met een blauwe jeans en een polo in dezelfde kleur. Ik vraag in mijn beste Duits of ze twee kinderen gezien hebben. ‘Scholieren die hier joggen? Die hebben we gezien!’ Maar als ik verduidelijk dat het om jongens van zeven en negen jaar gaat, schudden ze het hoofd. Niets gezien. Als ze dit traject kozen, moeten ze hier nochtans voorbij gekomen zijn. Ik bel Veerle en zeg dat ik haar richting uit kom. Ik wandel in ijltempo terug, Vasco volgt zonder morren. Het schrandere dier begrijpt ook dat er iets aan de hand is en lijkt zijn gangbare trekken en sleuren aan de leiband solidair achterwege te laten.

Intussen zijn we onze kroost al 20 minuten uit het oog verloren, maar het lijkt een eeuwigheid. Boven aan de heuvel zie ik Veerle. De bosweg komt uit op een grote baan met heel wat verkeer. Het is ondenkbaar dat de jongens hier in hun eentje overstaken. Daarvoor hebben we onze opvoedkundige plichten iets te secuur ter harte genomen. Er loopt nog een smal spoor naar beneden, maar dat lijkt meer een wegje voor het lokale wild dan echt een wandelpad. Met lichte wanhoop in onze stemmen schreeuwen we de kinderen hun naam over het dal. JOPPE!!! TIEBE!!!!

Geen reactie.

 

Nieuwsgierig naar meer? Klik op de cover en bestel het volledige reisverhaal.

Tien jaar verpletterend verantwoordelijk

Vandaag, 24 april, ben ik tien jaar vader. Het was tot nu toe een fantastische belevenis. Met veel ups en af en toe een down. Vader-zijn moet je leren. Tegenwoordig misschien nog meer dan vroeger. Wij zijn zo een modern gezin waar ook de papa zijn verantwoordelijkheid neemt in zorg voor en opvoeding van de kinderen. Ik heb al gigantisch veel fouten gemaakt. En er volgen er ongetwijfeld de komende jaren nog genoeg om een boek over te schrijven. De pedagogische tik was soms wel eens te hard. En ik denk eigenlijk ook niet dat luid schreeuwen tegen een kind dat niet wil luisteren veel uithaalt. Maar soms wordt de verpletterende verantwoordelijkheid om werk, gezin en sociaal engagement te combineren, een mens wel eens te veel. Een kleine kortsluiting. Wanneer je vier jaar lang geen enkele nacht doorslaapt. Wanneer de ochtendklok ongenadig richting werkstress tikt en de jongens alle tijd van de wereld lijken te hebben. Wanneer er schijnbaar een orkaan door de woonkamer raasde net voor er bezoek komt. Wanneer je anderhalf uur in de keuken stond en de jongste zonder proeven al zijn walging voor de maaltijd uitdrukt.

Toch heb ik gemerkt dat een onevenwicht tussen werk, vrije tijd en gezin vaak de basis vormde voor stommiteiten in mijn vader-zoonrelatie. Dat zal ongetwijfeld niet voor iedereen gelden, maar wel bij mij! Ik voel aan alles dat ik sinds begin dit jaar een betere papa ben. En dat komt dankzij de job. Ik werk deeltijds. Vier dagen op vijf. En in de eigen stad. Dat betekent ’s morgens later vertrekken en ’s avonds sneller thuis. Mijn vrouw werkt ondertussen opnieuw fulltime, nadat ze jarenlang kon gebruik maken van allerlei systemen om iets minder uren op het werk te moeten slijten. De slinger der moderniteit in ons gezin slaat stilaan helemaal door naar de andere kant. Ik heb ’s avonds tijd om te koken terwijl ik met één oog het huiswerk van de kinderen controleer.  ’s Morgens breng ik ze een kwartiertje voor de bel rinkelt naar school en kan ik als de nood zich voordoet nog een praatje maken met de juf of meester. Ik kan zelfs op woensdagnamiddag een uurtje van hun rugbytraining meepikken. En blijkbaar zijn al die dingen belangrijk voor mijn welzijn. En duurde het bijna tien jaar voor ik daar achter kwam.

Voor je het weet ben ik een huisman. Maar dan moet ik eerst nog leren strijken.

Landbouwverbreding in Toscane

KL4vier was er even tussenuit. De voorbije paasvakantie ging het met de camper richting Rome. Maar vlak voor we de Italiaanse hoofdstad aandeden, was er tijd voor een tussenstop in Montepulciano. Het beroemde Toscaanse wijnstadje vormde op een verre heuveltop een aangenaam deel van het prachtige panorama op onze kampeerplaats. We namen één van de zeven plekken in bij de agricampeggio La Buca Vecchia. “Het Oude Gat” wordt er gevormd door een steile afdaling aan de achterzijde van het boerderijtje. Beneden ligt een kristalhelder meertje omzoomd door wat bos waar in het najaar truffels uit de grond worden gehaald. Maar onze gastheer Giovanni heeft nog heel wat meer in zijn mars.

Giovanni Cugusi: Mijn grootvader Pietino Cugusi en zijn vrouw Maria Antonia woonden op het eiland Sardinië. Op zoek naar ruimte om hun eigen boerderij te starten kwamen ze rond 1966 in deze regio, Val d’Orcia terecht. Toscane was in die tijd alles behalve een bloeiende streek. Rond 1950 en 1960 was er hier een ware plattelandsvlucht en de lokale economie stelde niet veel meer voor. Maar de familie Cugusi had geen schrik om te ondernemen. Mijn grootouders hadden ervaring met schapen kweken. De wilde mouflons op Sardinië vormen niet voor niets de voorouders van heel wat Europese schapenrassen. Mijn voorouders kweekten er Sardijnse schapen om de typische kaas Pecorino Sardo te maken.

Maar hier in Toscane moesten je grootouders terug van nul beginnen.

Giovanni: Klopt! Het landhuis dat ze kochten heette La Buca Nuova, hier vlak naast mijn boerderij. Er was 50 hectare grond bij. Toch volgden er enkele moeilijke jaren. Maar ze werkten hard en waren enthousiast over hun nieuwe leven in een vreemde streek met andere gewoontes en tradities. Ongeveer twee jaar na hun aankomst hier, namen ze een belangrijke beslissing. Ze startten met de verwerking van een deel van hun melk, maakten er Pecorinokaas van en verkochten die rechtstreeks aan de liefhebbers uit de regio. En dat doet onze familie eigenlijk nog steeds!

Ondertussen is de schaal wel wat groter geworden!

Giovanni: Al snel werd alle schapenmelk van mijn grootouders tot kaas verwerkt. Het was echt een succes. Ze slaagden er ook in om hun management van het bedrijf echt behoorlijk professioneel uit te bouwen. In 1982 namen twee van hun zonen het bedrijf over. De “Formaggi Nostrani of Cugusi Emilio & Graziano” was geboren. Toen begon het grote verhaal pas echt. De kaasmakerij werd verder uitgebouwd en de Pecorino werd ook buiten de regio verkocht. Al gauw volstond de eigen melkproductie niet meer. Steeds meer schapenboeren uit de omgeving leverden hun melk aan de familie Cugusi. Maar ze deden niets onbezonnen. Er werd altijd gekozen voor een geleidelijke groei. Want het belangrijkste was het bewaren van de tradities. Op de kwaliteit en het typsiche karakter van de kaas mocht niet worden ingeboet! En tot op vandaag maakt de “Fattoria Buca Nuova” op die manier het verschil: door het respecteren van tradities die van vader op zoon werden doorgegeven. In de hoop dat de consument het belang inziet van kwaliteit, oprechtheid en het lokale karakter.

Het winkeltje bij La Buca Nuova waar je grootouders oorspronkelijk startten, bestaat nog steeds?

Giovanni: Ja! In 1997 verhuisde de kaasproductie naar een KMO-zone in het nabijgelegen Pienza. Maar het winkeltje hier blijft bestaan en is bijna elke dag open. We verkopen er natuurlijk onze verschillende variëteiten Pecorino di Pienza. Dat gaat van een vrij jonge kaas tot de typische brokkelige Gran Riserva die perfect samen gaat met een Vino Nobile di Montipulciano. Daarnaast biedt ons winkeltje ook heel wat Toscaanse producten aan van collega’s uit de buurt: vleeswaren, wijn, olijfolie, truffels,…

Zelf kies je niet voor het specialiseren in kaas, maar voor verbreding op de boerderij.

Giovanni: (lacht) Hoewel dat misschien niet het oorspronkelijke plan was! Ik studeerde Voedingstechnologie, dus wellicht zag mijn familie me al ergens in het labo van de kaasmakerij zitten. Maar na mijn studies wou ik de band met onze familiegeschiedenis opnieuw versterken. Terug volop de link leggen met de

regio, de bodem van waaruit alles start. En dat alles zo puur mogelijk. Op La Buca Vecchia trek ik de kaart van biologische landbouw. Ik heb nog steeds een kleine kudde Apennijnenschapen, een typisch ras uit de regio. Ze leven zowat volledig op gras en kruiden uit de weides rond het bedrijf. Dit ras is vooral bedoeld voor het vlees en de wol. Daarnaast kweek ik ook op kleine schaal varkens. Het Cinta Senese is één van de oudste rassen ter wereld. Heel sterk en ziekteresistent. Het was ooit met uitsterven bedreigd, maar nu is de vraag naar het heerlijke vlees groter dan ooit. Heerlijke coppa, salami’s, ham of het lardo (spekvet) dat propvol smaak zit! De dieren krijgen rustig de tijd om buiten rond te wroeten en te groeien tot ze bijna 200 kilogram wegen. Ondertussen werden er enkele oude fruitrassen aangeplant en wil ik ook met vergeten groenten aan de slag. Heel ambitieus, maar ik geloof er 100% in. En door de aanleg van zeven camperplekken met een uniek uitzicht, breng ik ook de toeristen weer dichter bij ons pure verhaal van tradities en korte keten. En het levert ook financieel een extraatje op, natuurlijk.

Kroniek van een aangekondigd vleesschandaal

Voor de katholieken onder ons is het vastentijd. Maar ook iets minder gelovigen hangen graag hun karretje vast aan deze traditionele periode van onthouding. Tournée Minerale kiest ervoor om net iets vroeger, in de maand februari, de brouwers en alcoholstokers wat rust te gunnen. En traditioneel is aswoensdag intussen een dag waarop vegetariërs en veganisten hun eigen ‘geloof’ nog eens door de strot van vleeseters rammen. Maar dit jaar leken we te ontsnappen aan het opgestoken vingertje van deze dieren- en/of milieu- en/of gezondheidsactivisten. De befaamde actie Dagen Zonder Vlees maakte eind 2017 al bekend er de brui aan te geven. En aswoensdag viel op 14 februari. Valentijn! De kranten hadden dus genoeg ander non-nieuws om de pagina’s mee te vullen.

Dan maar geen brede bewustmaking rond onze vleesconsumptie dit jaar tijdens de vasten? Geen paniek! Gelukkig kunnen we tegenwoordig op de vleessector zelf rekenen om hun ruiten in te gooien. De familie Verbist doet in een dik half jaar op haar eentje meer kwaad voor het imago van vlees eten, dan alle dierenactivisten ter wereld samen het voorbije decennium. De familie lijkt hardleers. Ondanks alle beloftes, protocollen en dure eden zit het er bij sommige bedrijven ingebakken om de kantjes er af te lopen en af en toe zelfs alle regels overboord te gooien.

Ik stond samen met een cameraman aan de poort van slachthuis Verbist in Izegem begin september 2017. In het gezelschap van collega-journalisten wachtten we geduldig op een reactie van het bedrijf na de beelden van dierenmishandeling die Animal Rights die ochtend verspreidde. Ons geduld werd beloond. Eén van de directieleden zou een statement voorlezen. De 73-jarige zaakvoerder Louis Verbist kwam mee naar buiten, maar de communicatieverantwoordelijke maakte onmiddellijk duidelijk dat er geen vragen zouden worden beantwoord.

Van zo’n bevel trekt de gemiddelde journalist zich weinig aan, dus na de nietszeggende voorleesminuten, werd Louis –ik denk door de ploeg van VTM- zelf aangesproken. Het idee van het bedrijf om hem niet aan het woord te laten, bleek achteraf  begrijpelijk. De man werd overrompeld door de wirwar aan camera’s en microfoons en deed alles behalve zijn bedrijf behoorlijk verdedigen. “Ik zou misschien beter met pensioen gaan!” De quote zat ’s avonds enkele journaals. Maar je kon zijn woorden op verschillende manieren interpreteren…

Door de selectie van zijn woorden, leek het alsof Louis bedoelde: “Ik begrijp niet dat zoiets in mijn bedrijf kan gebeuren. Ik ben verbolgen. Ik kan dat allemaal niet meer aan. Dus ik zou beter op pensioen gaan.”

Maar mijn cameraman en ik hadden eigenlijk een hele andere indruk. En hoe vaker we onze integrale opnames opnieuw beluisterden, hoe meer we overtuigd waren van onze interpretatie. “Ik begrijp niet dat er over zoiets al die ophef ontstaat. Als die beesten tegenwerken, kan je toch niet anders. Als dat allemaal niet meer mag, zou ik beter op pensioen gaan…”

Nogmaals… het was een erg warrig interview, dus misschien schrijf ik hier zaken, die enkel in het hoofd van mezelf en mijn toenmalige collega bestaan. Maar na het nieuwe schandaal vorige week, lijkt ons vermoeden alleen maar versterkt te worden.

Natuurlijk hebben de grote retailers ook boter op het hoofd. Natuurlijk is de prijsdruk op vlees en andere verse producten een katalysator om het met de regels niet zo nauw te nemen in de sector. Dus Colruyt Group, Ahold Delhaize en collega’s: nu even doen alsof jullie neus bloedt, gaat de problemen in de sector écht niet oplossen. De bedrijven van Verbist worden hopelijk zwaar gestraft voor deze wantoestanden. Maar als er aan de verstikkende macht van de supermarkten niets veranderd, is het gewoon geduldig wachten op het volgende schandaal.

Ananas uit eigen tuin

“Kunnen we ook zelf ananas kweken in onze tuin?” Een typisch voorbeeld van het soort vragen waarmee mijn twee zoontjes me regelmatig overvallen. Deze keer vond ik het interessant genoeg om wat langer over na te denken! Want het lijkt een trend te worden: Vlaamse boeren gaan in open lucht aan de slag met gewassen die voorheen enkel in tropischer klimaatzones te vinden waren. Dat startte decennia geleden al met mais. Een gewas dat intussen niet meer weg te denken is op Vlaamse akkers. De drang naar gelijkaardige verhalen werd de laatste jaren opvallend groot. Het huismerk van Colruyt zweert al bij Belgische quinoa. Alpro soja slaagt er in om een handvol hectaren soja voor menselijke consumptie uit Vlaanderen te halen. Bataten of zoete aardappelen liggen intussen op proefvelden in de hele regio. Maar hoe ver kunnen we daarin gaan? Arabica-koffie die gemiddeld op 1500 meter hoogte groeit, blijft wellicht een illusie. Of paranoten die enkel bevrucht kunnen worden door een specifieke jungle-bij met stuifmeel van een specifieke orchidee.

Maar wat met ananas? Een beetje opzoekingswerk leert dat dit een bijzonder boeiende vrucht is. Zelfs taalkundig interessant! Want het woord voor ananas is in zowat de hele wereld hetzelfde. Enkel de Spanjaarden en de Engelstaligen liggen dwars.

Tropentransport

Voor wie niet weet hoe die vruchten groeien: kijk eens goed naar de foto hiernaast.

Inderdaad! Een ananas groeit in zijn eentje bovenop een struik!  De verse exemplaren voor de Europese markt zagen het levenslicht meestal op plantages in Ghana of Costa Rica. Wie de lekkerste, zoetste smaak wil, koopt bij voorkeur een zongerijpt exemplaar dat met het vliegtuig werd aangevoerd. Maar zo’n vliegende ananas uit Ghana is goed voor 10 kilo CO2-uitstoot. En elke week komen er zowat 100 000 richting België. Je kan gelukkig je ecologisch geweten sussen door dezelfde ananas per boot te laten komen. Dat levert amper 50 gram CO2 per stuk op!

Maar wat als we dat verre transport kunnen uitschakelen? Dat zou een goede zaak zijn voor het milieu! Dan is de vraag of het überhaupt mogelijk is om in onze contreien ananas te kweken.

Europese ananas

Europa teelt ruim 45 000 ton ananassen per jaar. Een habbekrats in vergelijking met de totale wereldproductie van 25 miljoen ton! En zelfs bij die 45 000 000 Europese kilo’s moeten we enkele serieuze voetnoten plaatsen. Frankrijk is de grootste Europese producent met 30 000 ton. Die komt wel volledig van hun tropische kolonies! De helft groeit op het eiland Réunion in de  Indische oceaan, 750 kilometer ten oosten van Madagascar. Ook het Zuid-Amerikaanse Frans-Guyana en het eiland Guadeloupe in de Caribische Zee nemen een deel van de productie voor hun rekening.  Echt Europees kan je dat niet noemen. Hetzelfde verhaal voor Spanje dat de Canarische eilanden als uitvalsbasis voor haar ananasproductie heeft.

Maar er is één uitzondering. Een bijzonder verhaal op het Portugese eiland São Miguel. Niet ergens in de verre tropen, maar in de Azoren. Op 37° noorderbreedte, ongeveer ter hoogte van de zuidpunt van het Iberisch schiereiland.

Halfweg de 19de eeuw werd de ananas op het eiland als sierplant geïntroduceerd. Ondertussen is het een product met een beschermde Europese oorsprongsbenaming.  De Europese ananas van São Miguel is kleiner, sappiger en zoeter dan de klassieke ananassen. 100% biologisch, maar ook een stuk duurder.

Jammer genoeg is het op dit eiland niet warm genoeg voor de teelt in open lucht. Als de plantjes drie tot vier maanden in serres staan, zorgt toevoeging van rook ervoor dat ze allemaal tegelijkertijd bloeien. Ook krijgen ze speciale ´warme bedjes´ (camas quentes). Laagjes aarde worden afgewisseld met onder andere het blad van de ananas, varens en dennennaalden. Het zou de enige plek ter wereld zijn waar de ananassen op deze traditionele manier geproduceerd worden.

Deze manier van telen is natuurlijk duurder dan in tropische regio’s. Het wordt steeds moeilijker om te concurreren. Waren er vroeger meer dan 4000 kassen op het eiland São Miguel, nu zijn dat er rond de 1000. De ananas blijft zo voornamelijk binnen de Portugese grenzen. *

De Lage Landen

Maar daarmee zijn we geen stap dichter bij het antwoord op onze vraag: is het interessant om ananassen te telen in Vlaanderen? In serres wellicht niet. Als het op de Azoren concurrentieel al keihard is, dan zullen de (stook)kosten in onze frisse lage landen wellicht nog een stuk hoger liggen.

In het Franse koninklijk domein Choisy Le Roi, net onder Parijs probeerde Louis XIV meer dan 300 jaar geleden ook al ananas te kweken in botanische serres. Het succes was eerder beperkt.  Enkele decennia later zou er wel een relevante teelt geweest zijn in Choisy. Maar ook hier moesten de Europese ananassen al snel het onderspit delven tegen de goedkopere import.

De eerste Nederlandse ananas (Jan Weenix)

Onze Noorderburen zitten nooit verlegen om wat innovatieve landbouw. De kunstenares en botanicus Agneta Block slaagde er in 1687 in de provincie Utrecht al in om een ananas te kweken in open lucht, wellicht na een winterse start in huis en nadien op een heel beschutte plaats in de tuin. Haar voorbeeld kreeg links en rechts navolging in de daaropvolgende eeuwen. De landbouwfaculteiten aan Nederlandse universiteiten deden zelfs het nodige onderzoek. Maar ook daar hadden ze snel door dat de teelt in serres de enige optie was om op grotere schaal lekkere vruchten te krijgen. Een aantal glastuinbouwers ging er mee aan de slag en kreeg van de vorsers de nodige info voor de optimale teelttechnieken en rassen (tip uit de jaren vijftig: de gladbladige Cayenne voor de wintermaanden en The Queen voor de zomermaanden). Maar ook hier was de concurrentie met geïmporteerde exemplaren niet lang houdbaar!

Toch maar import

Conclusie? Er zijn wellicht grenzen aan de tropische teelten die ook bij ons rendabel kunnen zijn. De Vlaamse ananas zien we nog niet onmiddellijk in de supermarkt. Een gepassioneerde CSA met een degelijke serre zou hier misschien op kleine schaal mee aan de slag kunnen. Maar voor ananassen op Vlaamse velden hangen we af van een serieuze klimaatopwarming of halve mirakels met (in Europa zowat volledig verboden) GGO-gewassen. Laten we ons dus eerst maar concentreren op nieuwe gewassen waar de eerste stappen al werden gezet. Want ook voor bijvoorbeeld soja is er nog heel wat werk te verzetten voor dit écht rendabel kan worden bij ons.

 

*Je kan de ananasplantages op São Miguel ook bezoeken: https://www.ananasesarruda.com . Mooi extraatje als je er toch bent: je vindt op hetzelfde eiland ook de enige theeplantages van Europa.

Politieke dierenonzin

Beste Peter, Jessy, Giuseppe, Constance, Larissa en Iman,

Proficiat met de oprichting van jullie politieke partij Dier Animal. Ik geloof in democratie en het bijhorende recht om politieke partijen op te richten. Zolang de standpunten de bestaande wetten niet tarten, natuurlijk.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik zo’n dierenpartij een goed idee vind. Partijen die zich maar op één onderwerp richten, lijken me vrij nutteloos. Per definitie heb je dan geen ambitie om mee in de meerderheid beleid te maken. Een beleid waar je ook rond economie, mobiliteit, welzijn en onderwijs moet nadenken. Je bent gedoemd om oppositie te voeren, enkel rond jouw thematiek.

En daar loert de zinloosheid om de hoek. Want oppositie voeren rond een specifiek thema… daarvoor hebben we het middenveld, belangengroepen, protestbewegingen, vakbonden, enzovoort. Met Gaia hebben we zo al een duidelijk hoorbare stem rond dierenwelzijn. Ze zitten mee aan tafel waar beslissingen worden genomen. Dier Animal mikt op één zetel in het parlement? Gaia heeft door haar actieve rol in allerlei overlegorganen ongetwijfeld meer invloed dan om het even welk individueel parlementslid.

Tweede bedenking. Waar ontstaat er een partij voor de dieren? In landen waar –weliswaar onder voortdurende gemor van de veeleisende bevolking- de economie, sociale zekerheid en heel wat andere levensdomeinen er goed tot zeer goed voor staan. In landen ook waar wetten rond dierenwelzijn wellicht al tot de strengste ter wereld behoren. Dat betekent niet dat het niet meer beter kan of dat er daar geen dierenleed is. Overal zijn er cowboys of regelrecht gespuis die de regels aan hun laars lappen. Net zoals er altijd belastingontduikers en snelheidsduivels zullen zijn. Enige oplossing: meer controle, meer inspecteurs voor dierenwelzijn, meer middelen voor het Voedselagentschap,… Wordt dat dan het speerpunt voor Dier Animal? Een al vaak gehoorde roep vanuit heel wat organisaties en bestaande politieke partijen? Opnieuw loert de zinloosheid om de hoek.

Of kiest de partij ervoor om de regels rond dierenwelzijn radicaal verder aan te scherpen? Veehouderij in ons land economisch onmogelijk maken (dan kunnen we vlees importeren uit landen waar elke vorm van dierenwelzijn twijfelachtig is, want niemand gelooft dat we de komende 25 jaar allemaal vegetariër worden)! Het honden- en kattenvoer in de supermarkt allemaal verplicht veganistisch! Een verbod op elke sport- of ontspanningsactiviteit met paarden! Zo groot lijkt me het draagvlak in België daarvoor nu ook weer niet.

Beste Peter, Jessy, Giuseppe, Constance, Larissa en Iman. Ik wens jullie veel plezier bij het uitbouwen van jullie partij. Maar ik hoop uit de grond van mijn hart dat jullie de kiesdrempel nooit halen. Dan wordt die parlementszetel hopelijk ingenomen door iemand die er niet volledig zinloos zit te wezen.