5 tips voor jouw bedrijfsfilm

Wie regelmatig op een beurs rondloopt, kan er moeilijk naast kijken. De bedrijven zonder videoscherm met één of ander filmpje of fotocollage worden steeds schaarser. Een productieproces, de werking van machines, de waarden van het bedrijf of getuigenissen van klanten: het komt allemaal aan bod. Maar een kwalitatieve bedrijfsfilm… daar denk je best eerst even grondig over na. En dat doe je aan de hand van de vijf W’s: Wie? Wat? Waar? Wanneer? En waarom? Vijf vragen die je eigenlijk best stelt bij élk project waar je aan begint.

  • Wie

De eerste vraag ‘Wie?’ wordt vaak al vergeten. Wie is de doelgroep van jouw bedrijfsfilm? Klanten die je een blik achter de schermen wil gunnen? Of moet de film vooral nieuwe klanten aantrekken? Of buitenlandse groothandelaars in jouw producten? De eindgebruiker of eerder dealers? Professionelen uit jouw eigen sector? Het brede publiek? Wanneer je denkt: een beetje van alles, kies dan voor de zekerheid maar voor ‘het brede publiek’. Enkel door de juiste doelgroep voor ogen te hebben, kan je ook duidelijk en effectief communiceren.

 

  • Wat

Wat wil je vertellen? Wat is jouw boodschap aan de specifieke doelgroep die je zonet selecteerde? Als je spontaan start met een opsomming van elvendertig boeiende zaken over jouw bedrijf, kan je best even op de rem gaan staan. Begin met 1, maximum 2 zinnen die zo concreet mogelijk zijn en je onderscheiden van andere bedrijven in jouw branche. “Tonen dat we de beste producten hebben, die fabriceren in een moderne productiefaciliteit met gemotiveerde en onderlegde werknemers!” Tja, dat kan over zowat elke kousenfabriek of voederfirma in West-Europa gaan. “Wij combineren duurzame materialen met de modernste technologie op het vlak van sensoren, perfect op maat van de individuele klant.” Daar kom je al een heel eind verder mee. Nadien kan je rond die kernboodschap de rest van het scenario bouwen.

  • Waar

Een bedrijf dat toch wel wat budget investeert in een videoproductie, wil daar nadien ook zoveel mogelijk uithalen. Hoe verleidelijk ook, het is niet altijd een meerwaarde om je bedrijfsfilm zowel op je website, de sociale media, een regionale zender, een officiële opening èn een beurs te tonen. Elk medium vraagt om een specifieke aanpak wat betreft het tempo, de lengte, de grafische ondersteuning, enz. Op een beurs kan je vaak het geluid niet kwalitatief laten horen. In zo’n filmpje heb je dus sprekende beelden en grafische duiding nodig. Iets voor sociale media of een website moet in principe heel wat beknopter zijn dan wat je in een publi-reportage voor televisie kwijt kan. Voor een klein scherm aan een bureau of voor een groot scherm in de luie zetel… de kijker voelt dat helemaal anders aan. Moet je daarom voor elk medium iets afzonderlijk maken? Neen. Wellicht vallen er wel een aantal zaken te combineren. Maar daar denk je dan best op voorhand eens heel goed over na.

  • Wanneer

“Ik wil een bedrijfsfilm en liefst zo snel mogelijk.” Dat is begrijpelijk. Maar veel hangt af van wat je wil laten zien. De boodschap kan nog zo zinvol zijn, maar in een videoproductie zijn de bijhorende beelden natuurlijk essentieel. En daarvoor ben je soms afhankelijk van het juiste moment. Voor bedrijven die het hele jaar door landschapsonderhoud doen, kan het nodig zijn om een bedrijfsfilm op verschillende momenten gedurende de vier seizoenen op te nemen. Snelle en goedkope oplossingen met foto’s of smartphonebeelden van ‘ooit-al-een-keer-gedaan’, zorgen meestal niet voor een kwalitatief resultaat. Met andere woorden: als het nodig is, neem dan de tijd! En begin er gewoon tijdig aan.

Soms is het ook belangrijk om je filmpje wat tijdloos te maken. Je geeft jouw commercieel speerpunt een prominente rol, maar binnen 4 maand werkt hij bij een concullega… Kan je die video dan nog wel gebruiken?

  • Waarom

Waarom een bedrijfsfilm? Het lijkt misschien een domme vraag, maar de lijst met mogelijke antwoorden is eindeloos. “We willen iets tonen dat we onmogelijk in het echt kunnen laten zien aan al onze klanten.” “Onze grootste concurrent heeft ook een bedrijfsfilm.” “We bestaan 50 jaar en willen dat op deze manier vieren en vastleggen voor de toekomst.” “Het ego van de baas moet dringend gestreeld worden.” De ene reden is misschien al constructiever dan de andere. Maar binnen een bedrijfslogica moet zo’n video natuurlijk een economische of commerciële meerwaarde hebben. Vraag je dus niet af wat de baas of het personeel wel leuk zou vinden in je bedrijfsfilm*. Vraag je af wat de meerwaarde is voor de (potentiële) klanten en de toekomst van het bedrijf.

 

En dan nog kort iets over centen. Wees realistisch in je budget. Doe het niet voor een appel en een ei samen met de ‘nonkel video’ van de secretaresse. Maar overdrijf ook niet in de andere richting. Sommige multinationals spenderen vele tienduizenden euro’s aan hun bedrijfsfilm vol spectaculaire beelden en animaties. Laat je de ogen niet uitsteken door dat soort megaproducties. Want ook met een iets bescheidener budget, de tips hierboven en wat professionele ondersteuning (hmmm… ik ken anders wel iemand…), kan je er iets moois van maken.

Hier vind je een link naar twee bedrijfsfilmpjes waarvoor Kl4vier scenario, redactie en regie deed. Camera en montage door PlattelandsTv.
  1. K.I. Samen
  2. Herbavita
*Video’s maken samen met het personeel is trouwens een echte aanrader. Daarvoor heb je enkel een smartphone en een app nodig om alles wat aan elkaar te lijmen. Prima voor de sfeer, maar dan hoofdzakelijk voor intern gebruik of eens een ‘blik achter de schermen’ op de Facebookpagina van het bedrijf.

Alles wat je nog niet wist over containerteelt

De ene tak van de landbouw is al wat bekender dan de andere. Intussen weet iedereen wel waar de melk vandaan komt en dat aardappelen onder de grond groeien. Toch resten er nog enkele mysteries in deze boeiende sector. Kl4vier kwam er zo eentje op het spoor tijdens een sierteeltbeurs in Duitsland. In hal 4 stonden opvallend veel bedrijven gespecialiseerd in containerteelt. Ook in Vlaanderen blijkt het een veel voorkomend fenomeen. Maar buitenstaanders lijken nooit echt goed te weten wat containerteelt precies inhoudt. Dus wij zochten het voor u uit!

Een succesvolle containerteelt start met een quasi vlak terrein. Hoe groter het terrein, hoe grootschaliger de teelt. Ook hellingen komen in aanmerking, maar dan zal je eerst een aantal terrassen moeten aanleggen. Eigenlijk kan dit dus zowat overal in Vlaanderen. Toch zien we dat de containerteelt zich concentreert op een drietal plaatsen. Dat heeft alles te maken met de grote vraag in die regio’s. Van daaruit gebeurt de distributie naar de rest van Vlaanderen. Maar vanzelfsprekend stopt het niet aan onze grenzen. Het grootste deel van de containerteelt is bedoeld voor export. Die tocht naar het buitenland verloopt grotendeels via de zee.

 

Eens het terrein is ingericht, kan de containerteelt starten. Over dit mysterieuze proces willen de bedrijfsleiders niet veel kwijt. We vernamen wel dat hun bedrijven pas rendabel kunnen zijn als er een vlotte cyclus is, waarbij hun producten zo snel mogelijk het bedrijf verlaten en plaats maken voor nieuwe. Tijdens een bezoek ter plaatse viel ons één ding op. Binnen de containerteelt heb je grofweg twee groepen. Sommige containers zijn marktklaar als ze 20 voet (ongeveer 6 meter) lang zijn, andere worden pas gebruikt als ze 40 voet (ongeveer 12 meter) lang zijn. In theorie kan je ook elke andere maat krijgen, maar dit zijn duidelijk de twee standaarden.

Het grote voordeel aan containerteelt is dat je verticaal kan gaan werken. Wie al eens rond Antwerpen door de velden met containers reed, merkte zeker op dat er gemakkelijk 4 tot 6 stuks boven elkaar groeien. Dat vraagt aangepaste machines bij het oogsten, maar zorgt wel voor een gigantische plaatsbesparing.

Een ander voordeel is de duurzaamheid. Containers zijn niet seizoensafhankelijk en kunnen zelfs jaren op het veld blijven staan zonder veel aan kwaliteit in te boeten. Hun grootste vijand is zout water. Omdat de containerteelt vaak gebeurt in havengebieden (omwille van distributie en export, zie hoger), blijft dat een aandachtspunt

voor de kwekers. Maar verder is het een robuust gewas. De bedrijfsleider is dus niet afhankelijk van de versheid van zijn containers. Dat geeft hem meer macht in de prijsonderhandeling.

Toch is containerteelt geen spek voor ieders bek. We willen hier varkenshouders, groentetelers en andere land- en tuinbouwers in prijsgevoelige sectoren zeker niet aanmoedigen om massaal over te schakelen. De juiste locatie en voldoende ruimte om schaalvoordelen te genereren zijn een must. En ook de investeringen voor het oogsten en transporteren van de containers zijn niet min!

 

Op zoek naar een iets minder absurd blogbericht? Herlees dan mijn opinie over De Nachtkoe of 5 tips over de Landbouw van de toekomst.

 

 

Leve de nachtkoe!

Ken je het tijdschrift Nest? “Het goede leven, binnen en buiten” luidt hun baseline. Dat klinkt nog redelijk algemeen. Maar de inhoud past volledig in wat ze in het Engels als ‘countrylife’ omschrijven. Niet echt mijn ding. Te veel interieurs met veel hout en prullaria die het een antieke toets moeten geven. En onbetaalbare reizen naar Noorse fjorden en andere ruwe uithoeken van de wereld. Toch blader ik af en toe eens door Nest. Want ook lekker eten en de producenten daarvan krijgen de nodige aandacht. Het eerste nummer van 2018 bezocht een kweker van één van mijn favoriete vleeskoeien (Blonde d’Aquitaine, maar daarover in een volgend kl4viersel meer). En er was een mini-dossier over melk.  “Boeiend!” Dat was mijn eerste idee. In plaats van gewoon vooraan te starten met lezen, blader ik al even door het tiental pagina’s over het witte goedje. Rillingen liepen over mijn rug! Niet van puur genot -al hou ik wel van een goed glas melk, vers of uit één van de twee brikken van 1 liter die er in ons huishouden dagelijks doorgejaagd worden- maar door een soort ingebakken afkeer van onzin.

Een interview met de ‘melksommelier’! En in koeien (pun intended) van letters de quote: “Melk van koeien die ’s nachts worden gemolken, kan het inslapen bevorderen.”

Dat is het soort zaken dat mijn zin om te lezen pijlsnel de dieperik in helpt. Ik voel aan mijn kleine teen dat de wereldverbeteraars en geitenwollensokken op de loer liggen. En daar heb ik op een rustige zaterdagnamiddag eigenlijk geen zin in.

Een boeiend en eerlijk artikel over de voor- en nadelen van melk: geen probleem. Wat meer info over de bijzondere jerseykoeien en het feit dat hun melk meer eiwit en vet bevat: interessant! Want –ik geef toe dat ik speciaal voor jullie toch wat verder gelezen heb- eigenlijk gaat het over het onderscheid tussen bulkproducten en nichemarkten. Een trend die ik toejuich. Bulkproductie is in regel geen goede zaak voor een eerlijk inkomen van de landbouwer. Maar ik heb persoonlijk liever dat je mogelijkheden om te differentiëren op een meer rationele manier voorstelt. Iemand die zichzelf introduceert als “Hallo, ik ben Bas, de melksommelier” krijgt bij de nuchtere Vlamingen wellicht gemakkelijk het deksel op de neus. En ook nauwelijks onderzochte gezondheidsclaims rond de nachtrust laten zonder twijfel menig wenkbrauw fronsen. Doe dus maar gewoon. Dan komt die boodschap veel beter aan: drink veel melk en haal die af en toe ook eens rechtstreeks bij de boer!

5 dingen voor de landbouw van de nabije toekomst

Het nieuwe jaar komt stilaan op dreef. Voor heel wat land- en tuinbouwers is het ongeduldig wachten tot ze weer hun velden op kunnen. Tijd genoeg om eens vooruit te blikken. De landbouwsector verandert razendsnel.  In 2017 zagen we enkele echte doorbraken en het ziet er naar uit dat we die de komende maanden en jaren verder zien groeien.

1 Containers

Technologie gaat altijd snel vooruit, maar 2017 was echt ongelooflijk. Als we er één ding mogen uitpikken dan zijn het wel de landbouwcontainers die op een unieke manier een oplossing bieden voor de landbouw over de hele wereld. Oude zeecontainers worden gebruikt om gewassen te laten groeien. In deze mini-boerderij

en kunnen de omstandigheden met verbazingwekkende precisie gemanipuleerd worden. Waardoor je in het midden van de Sahara of in het ijskoude noorden sla, kruiden en nog heel wat andere gewassen kan verbouwen. In Gent koppelen ze dat zelfs aan een tweede container met viskweek! Bij ons gaat het weliswaar vaak nog om voorzichtige proefprojecten. In Japan staan er al volledige boerderijen die dankzij ledlicht en uitgekiende fertigatie in het midden van de stad of industriegebied produceren. De ontwikkeling van deze containers kan de komende tijd dus razendsnel gaan!

2 AI

Artificial Intelligence of kunstmatige intelligentie is al lang niet meer het privédomein van Hollywoodfilms. AI komt razendsnel dichter bij onze dagelijkse bezigheden. En ook landbouw kan hiervan volop profiteren. Binnenkort zitten er in elke tractor en landbouwmachine een vorm van artificiële intelligentie. OK, er is nog een hele weg af te leggen, maar wij werden toch wat opgewonden toen we vorig jaar met eigen ogen de eerste autonome voertuigen aan het werk zagen op het veld. De grootste uitdaging? De tractoren en machines ook zelfstandig naar het veld krijgen via de openbare weg. Dat zou nog wel even kunnen duren. De eerste stap lijkt de overheid, de landbouworganisaties en de fabrikanten samen aan tafel te krijgen. Dan kunnen er alvast regels opgesteld worden om deze geweldige technologie op de velden te gebruiken. Onbemande tractoren zouden de productiviteit van land- en tuinbouw pijlsnel laten stijgen en de arbeidskosten laten dalen. Een investering die op het eind van de rit winst voor de boeren moet betekenen.

3 Boerenmerk

Marketing is belangrijk. Dat zal elke ondernemer je zeggen. Land- en tuinbouwers hebben dat te lang overgelaten aan hun afnemers. Waardoor ze het unieke verhaal van hun product niet brachten en enkel konden vaststellen dat ze vaak een te lage prijs kregen. Maar wereldwijd beginnen landbouwers, alleen of als coöperatie, zelf het heft in handen te nemen. De tijd dat enkel een handvol idealisten een eigen merk of label had, lijkt voorbij.  De Moese patat, Bioterroir, het Vlaamse Ardennenvarken…   Landbouwproducten zelf een unieke smoel geven, levert eindeloze mogelijkheden op. Als de prijzen voor bulkproducten even onzeker blijven als de voorbije jaren, geraken wellicht steeds meer boeren er van overtuigd: maak een eigen merk!

Restaurants, buurtwinkels en de buren zitten er werkelijk op te wachten. De korte keten wint aan populariteit. Ook merken en labels mogen dan zo dicht mogelijk bij het product bedacht worden!

4 Samenwerking

Investeren in marketing of technologie? Dat leidt ons naadloos naar samenwerking. Boeren beginnen écht bij elkaar te komen. Om de dure nieuwe machines samen aan te kopen en er zo het meeste uit te halen, bijvoorbeeld. Maar ook sociale media steken een handje toe. Er ontstaan online steeds meer landbouwcommunities waar land- en tuinbouwers problemen en uitdagingen delen en samen oplossingen vinden. En die trend zal alleen maar versterken. Nu al verzamelen sensoren op de trekkers een gigantische hoeveelheid data, van bodemtemperatuur tot opbrengst. Als land- en tuinbouwers deze gegevens op een slimme manier met elkaar delen, kunnen ze beslissingen nemen die op een veel grotere basis gefundeerd zijn! Doen ze dat onder buren, via de fabrikant, in een coöperatie of een producentenorganisatie? Als ze zich er zelf goed bij voelen, maakt dat eigenlijk niet zo veel uit.

5 Vrouwen

Vrouwen in de landbouw? Dat lijkt allesbehalve nieuw. Volgens de Food and Agriculture Organization (FAO) van de Verenigde Naties maken vrouwen wereldwijd ongeveer 43 procent van de arbeidskrachten in de landbouw uit. Dat is niet weinig. Maar belangrijker is het om te kijken naar de rol die ze spelen.

Vrouwen in de land- en tuinbouw waren tot niet zo heel lang geleden vooral de goedkope werkkracht. Ze leverden arbeid, vaak in een onbestaand sociaal stelsel. Ze zorgden voor de administratie. Maar de beslissingen werden door mannen genomen. Toch lijkt het erop dat gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen wat dichterbij komt. In het westen zien we steeds vaker bedrijven die door vrouwen gerund worden. En ook in ontwikkelingslanden verenigen landbouwersvrouwen zich om een echte stem te hebben in de gang van zaken binnen hun bedrijf en de sector. De vervrouwelijking van land- en tuinbouw lijkt een positieve evolutie. Het zorgt voor een andere dimensie. Vrouwen bekijken de zaken vaak economisch rationeler. Terwijl de mannen eerder naar de buurman gluren, alleen maar om te zien of ze nog wel de grootste hebben. Geen verwijt! Het ligt aan onze genen en hormonen. Maar het is dus niet slecht om te hopen dat vrouwen in de nabije toekomst steeds luider hun stem laten horen in het landbouwdebat.

 

 

Met inspiratie van http://www.farmmanagement.pro/

In het nieuw!

Een nieuw jaar, een nieuwe start. In mijn geval ook een nieuwe job. Ik bruis van energie en zit vol goede voornemens. Om te beginnen: voor het eerst, na 12 jaar, met de fiets naar kantoor. De vaststelling dat dit vanaf nu zowat 40 kilometer dichter is dan ooit tevoren, helpt natuurlijk. Maar laat dat geen reden tot overdreven optimisme zijn.

Dinsdagochtend 2 januari… De feestdagen zijn prettig geweest, maar ook culinair overdadig. Toch bestijg ik rond half negen mijn stalen ros: een hippe mountainbike die al anderhalf jaar staat te wachten op een deftig ritje. Na exact 115 meter fietsen, is het al om zeep. Een onooglijk lichte helling en een zucht westenwind. Mijn lichaam stuurt alarmsignalen naar mijn brein. “Wat krijgen we nu? Waar zijn we mee bezig, De Clercq? Wilt ge daar alstublieft onmiddellijk mee ophouden?” Wat na 18 maanden zonder sport nog rest aan beenspieren verzuurt onmiddellijk. Nog 5 kilometer en 385 meter te gaan op karakter. Elke hobbel in de weg lijkt een Mont Ventoux.  Vierentwintig versnellingen op mijn fiets is plots belachelijk veel te weinig. ‘Versnellingen’ wordt tijdens mijn lijdensweg trouwens de meest ongepaste term ooit. De brug over de Schelde doet me kreunen als Walter Grootaers in zijn topjaren. De afdaling komt maar net op tijd en mijn spiervezels zuchten dankbaar om de korte verpozing.  Maar een kilometertje verder heb ik alweer dringend een excuus nodig om even voet aan de grond te zetten. Mijn sjaal gaat uit in een wanhopige poging om mijn zweetklieren wat te sussen. Pas een dozijn minuten later parkeer ik in de fietsstalling… We hebben het gehaald, mijn trouwe mountainbike en ik. Met het goede voornemen om dit NOOIT MEER OPNIEUW te doen.

Maar als ’s avonds de rugwind me gezwind richting vrouw en kinderen blaast, ziet het fietsgebeuren er op slag weer wat rooskleuriger uit. Misschien wordt het geen dagelijkse kost, maar een paar keer per week… dat moet toch lukken?